Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de aanvrager naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen. Het college gaat er vanuit dat de aanvrager in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien:
de woningzoekende in het verleden één of meerdere woningen aangeboden heeft gekregen, welke gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht;
er in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag op Woonnet-Haaglanden woonruimten, die gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht, zijn toegewezen aan kandidaten met een kortere (woonduur en) inschrijfduur.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.11
Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder k, van de verordening
Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2019