Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, bij de volgende op zichzelf staande situaties:
de huidige woning verkeert in een slechte staat of is van onvoldoende kwaliteit;
de aanvrager ervaart (geluids)overlast in de woning;
de huidige woning is te klein of te groot voor het huishouden van de aanvrager;
de aanvrager kan door medische klachten de huidige woning of behorende tuin niet meer zelf onderhouden;
de aanvrager wil of moet vanwege werk, of studie verhuizen;
de aanvrager ervaart problemen, omdat de aanvrager met of zonder kinderen inwoont bij een ander huishouden;
de aanvrager of diens partner is zwanger;
de aanvrager is gescheiden of de samenwonende- of partnerrelatie is verbroken,
de aanvrager woont in een onzelfstandige woonruimte;
de aanvrager wordt uit detentie vrijgelaten;
de aanvrager heeft een tijdelijke huurovereenkomst;
de aanvrager woont in onderhuur;
de aanvrager is of wordt dakloos;
de aanvrager wil een woning met voldoende ruimte in het kader van co-ouderschap of bezoekregeling voor kinderen na scheiding of verbroken partnerschap;
de aanvrager heeft psychische problemen als gevolg van één of meer van de hierboven genoemde omstandigheden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.2
Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder b, van de verordening
Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2019