Dit gaat in op de gemeentelijke zorgplicht voor doelmatige maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. In eerste instantie is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het verwerken van overtollig grondwater, voor zover redelijkerwijs mogelijk. Infiltrerend hemelwater en oppervlaktewater hebben invloed op de grondwaterstand en -kwaliteit.
Door wijzigingen in grondwateronttrekkingen en/of klimaatverandering kunnen (potentiële) problemen zich vanzelf oplossen of juist verergeren. Zo zal (rivier)kwel naar verwachting langduriger aanwezig zijn in het voorjaar, waardoor meer vernattingschade op zal treden (schimmel, gezondheidsklachten). In de zomer treedt meer verdamping op, met verdrogingsschade (stank, vis- en vegetatiesterfte) en daarna verzilting (door toestromend grondwater uit West-Nederland) tot gevolg.
Gewenste situatie in 2050
Water vasthouden is belangrijk. Er wordt gezocht naar alternatieve regionale aanvulling via lokale watervoorraden. Daar waar mogelijk draagt ook lokale verwerking van hemelwater (zie paragraaf 3.3) in de vorm van infiltratie bij aan de aanvulling van het lokale, ondiepe grondwater.
Het grondwaterbeheer is aangepast aan de veranderende grondwaterstanden en stroming. Het beperken van schade en overlast is een samenspel van bewoners, bedrijven en overheid.
De vanuit West-Nederland optredende verzilting in het diepere grondwater is effectief aangepakt, bijvoorbeeld via infiltratie van hemel- en oppervlaktewater.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Grondwater
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-2023