Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2

- kelders

Onderdeel van Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2019

Voor het realiseren van kelders bij grondgebonden woningen geldt: het gebruik van de kelder moet passend zijn binnen de bestemming; de kelder wordt gerealiseerd onder het hoofdgebouw; de kelder is niet van buitenaf toegankelijk; de maximale bouwdiepte is 3,5 m; ten behoeve van daglichttoetreding en ventilatie mogen ramen met een koekoek worden aangebracht; koekoeken en ventilatieopeningen mogen op een afstand van maximaal 0,6 m uit de gevel worden aangebracht, en hebben een maximale hoogte van 0,10 m; er dient een geohydrologisch onderzoek te zijn uitgevoerd waaruit blijkt dat de aanleg van de kelder geen nadelige gevolgen heeft. Hierbij moet minimaal het volgende worden onderzocht: de gevolgen van de kelder op het grondniveau en de grondwaterstroming; de grondwatersituatie tijdens de aanlegfase; de mate van verstoringen van waterscheidende grondlagen, zowel tijdens als na de aanleg; er dient een positief advies van het waterschap afgegeven te zijn. Toelichting: kelders kunnen het woongenot vergroten zonder dat het aanzicht van de straat wordt aangetast. Hierbij is het wel belangrijk dat de gevolgen voor de omgeving beperkt blijven. Doordat het volume van het gebouw verder wordt vergroot leidt dit vaak tot intensiever gebruik. Om kelders ondergeschikt te houden aan het hoofdgebouw worden deze niet toegestaan onder bijgebouwen of aan- of uitbouwen. Ook is belangrijk dat er geen geohydrologische (grondwater gerelateerde) problemen voor de omgeving worden veroorzaakt. Kelders kunnen namelijk effecten hebben op ondergrondse waterstromingen.

Rechtspraak bij dit artikel