Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Voorwaarden en gebruik gedoogbeschikking

Onderdeel van Beleid coffeeshops gemeente Zwolle 2019

De gedoogbeschikking kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. In de gedoogbeschikking wordt de naam van de beheerder(s) vermeld. Aan de gedoogbeschikking worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op: de sluitingstijden van de coffeeshop; het toezicht in en rondom de coffeeshop; de exploitatie van de coffeeshop; het toegangsregime en de toegangsregistratie in de coffeeshop; de AHOJGI-criteria; voorschriften en beperkingen ter voorkoming van overlast vanuit en rondom de coffeeshop; de wijze waarop de ondernemer verslaving dient te voorkomen en bestrijden; de periode waarvoor de gedoogbeschikking wordt verleend; eisen aan de ondernemer: de ondernemer en beheerders mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Aan ondernemer en beheerders worden op basis van het coffeeshopbeleid dezelfde eisen gesteld als de eisen genoemd in artikel 8 van de Drank- en Horecawet; de wijze van betaling: alleen verkoop tegen contante betaling; het assortiment: geen verkoop van smartproducten; de uitsluiting van kansspelautomaten; controle van de coffeeshop; In een coffeeshop is geen verkoop of aanwezigheid van alcohol toegestaan; Indien een gedoogbeschikking is verleend en tevens een omgevingsvergunning dient te worden verkregen mag van de gedoogbeschikking op basis van dit beleid geen gebruik worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is verleend. Indien een gedoogbeschikking is verleend dient er tevens een exploitatievergunning te worden verkregen, er mag van de gedoogbeschikking op basis van dit beleid geen gebruik worden gemaakt totdat de exploitatievergunning is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel