Indien een ondernemer de exploitatie van zijn coffeeshop beëindigt, vervalt de gedoogbeschikking van rechtswege.
Indien de zeggenschap van de natuurlijke persoon wijzigt, kan de burgemeester de gedoogbeschikking intrekken. Onder wijziging van zeggenschap wordt onder meer verstaan: een wijziging in personenvennootschappen alsmede het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de verlening van de gedoogbeschikking) natuurlijke persoon met betrekking tot bepaalde beslissingen een doorslaggevende stem wordt toegekend.
In het geval beëindiging van de gedoogbeschikking het gevolg is van het overlijden van een ondernemer dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe gedoogbeschikking te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie zoals aan de overleden ondernemer vergund.
De nieuwe gedoogbeschikking als bedoeld in artikel 8, lid 3 wordt ingeval van:
een gedoogbeschikking die voor een termijn van 10 jaar is verleend wordt overgeschreven voor de resterende looptijd;
een gedoogbeschikking die voor onbepaalde tijd is verleend wordt overgeschreven voor een termijn van 10 jaar.
Indien de gedoogbeschikking ingevolge het eerste lid is vervallen of ingevolge het tweede lid is ingetrokken, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure als bedoeld in artikel 2 en de nadere regels voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een gedoogbeschikking wil overgaan.
In alle andere gevallen is wisseling van ondernemer niet mogelijk.
Zolang op een tijdig ingediende aanvraag als bedoeld in het derde lid niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen gedoogbeschikking.