Bij een gegrond vermoeden dat de afloscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd, kan het college een onderzoek naar de aflossingscapaciteit instellen.
Voor zover geen gegrond vermoeden, als bedoeld in het eerste lid, aanwezig is, stelt het college telkens binnen 24 maanden een onderzoek naar de aflossingscapaciteit in.
Wanneer het college als gevolg van een onderzoek naar de aflossingscapaciteit besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan in kennis gesteld bij beschikking.
In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 14.
Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019