Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 5.

Afzien van verdere terug-/invordering na voldoen aan de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019

In afwijking van artikel 2, eerste lid onder c kan het college besluiten af te zien van (verdere) terugvordering van uitkering als belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn opgelegde betalingsverplichting(en) heeft voldaan (en ten minste 50% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan); of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichting(en) heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald (en ten minste 50% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan); of een voor het college acceptabel voorstel tot afkoop doet. De in het eerste lid onder a, b en c genoemde termijn is drie jaar als: het een vordering betreft zoals bedoeld in artikel 58 tweede lid onderdeel e PW; of het een minnelijke aflossingsregeling betreft op een geldlening. De in het eerste lid onder a, b genoemde termijn is tien jaar als: het een verwijtbare vordering betreft als gevolg van een schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 eerste lid PW en artikel 13 eerste lid IOAW en IOAZ; de vordering is vastgesteld voor 1 januari 2013; er sprake is van recidive. Als de belanghebbende gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, kan ambtshalve worden afgezien van (verdere) terug- of invordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel