Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 7.

Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019

Onverminderd het bepaalde in artikel 60c PW en artikel 29a IOAW en IOAZ, verleent het college medewerking aan een schuldregeling wanneer: redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van het college ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Het college gaat, zodra de schuldregeling tot stand is gekomen, gedurende het traject van deze schuldregeling, niet over tot enige invordering van de vordering(en) die bij de schuldregeling zijn ingebracht. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer: de terugvordering van uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende dan wel de vordering ziet op bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, van de PW; de vordering is gebaseerd op een terugvorderingsbesluit ingevolge artikel 58 tweede lid sub f onder 1 en 2 PW, artikel 25 tweede lid IOAW en IOAZ; de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden; er een geldlening is verstrekt bij eigen woning als bedoeld in artikel 50 PW. Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken wanneer: de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichting ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; dan wel onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel