In deze verordening wordt verstaan onder:
autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;
autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen;
belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, en voorzien van een onderbord met de tijden waarop het vergunningparkeren van kracht is;
eigen parkeervoorziening: een parkeerplaats op eigen terrein, een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg en/of een parkeerplaats - huur of koop - op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de omgevingsvergunning, splitsingsakte, het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor de zelfstandige woning van de aanvrager;
houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;
motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
nulvergunningengebied: het gebied in de binnenstad van Purmerend zoals afgebeeld in bijgevoegde kaart met titel ‘nulvergunningengebied Purmerend’ en kenmerk 1477019;
nulvergunningenregeling: een parkeerafspraak vastgelegd in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning die inhoudt dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op parkeervergunningen voor straatparkeren.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;
parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990;
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
zelfstandige woning: woning die een eigen toegang heeft, voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, danwel een woning waarvan met een notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning.