Voor de aanwezigheid van speelautomaten (kansspelautomaten) is een vergunning nodig op grond van de Wet op de kansspelen. Deze wet bevat onder andere regels die betrekking hebben op het verlenen van een vergunning voor een speelautomaat. De uitwerking van met name het aantal aanwezige automaten is geregeld in de APV. Artikel 2:40 van de APV stelt dat in hoogdrempelige inrichtingen twee kansspelautomaten zijn toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten toegestaan.
De wet op de kansspelen verstaat onder een hoogdrempelige inrichting:
een inrichting die in het bezit is van een geldige drank- en horecawetvergunning
een bezoek aan deze ruimte op zichzelf staat en er geen andere activiteiten plaatsvinden en
de activiteiten zich in belangrijke mate richten op personen van achttien jaar of ouder (3).
Een voorbeeld hiervan is een café.
Een laagdrempelige inrichting is een inrichting die niet voldoet aan de criteria van een hoogdrempelige inrichting. Bijvoorbeeld een snackbar of broodjeszaak.