De Wet Bibob is sinds 1 juni 2003 van kracht en is een (preventief) bestuurlijk instrument. Het biedt bestuursorganen de mogelijkheid om de achtergrond van een bedrijf of persoon te onderzoeken. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.
Dit geldt onder meer voor bouwvergunningen en horecavergunningen. Het geldt ook voor subsidies, het aangaan van vastgoedtransacties of te gunnen overheidsopdrachten. De wet ondersteunt op die manier de gemeente bij de bestuurlijke aanpak van criminaliteit. De bevoegdheid van de gemeente om een dergelijk onderzoek te verrichten, voorkomt het ongewild faciliteren van criminele activiteiten en het ontstaan van vermenging van boven- en onderwereld (ondermijning).
In de aanpak van ondermijning werkt de gemeente Best met de Kempengemeenten integraal samen met partners als het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), de politie, de belastingdienst en het openbaar ministerie (OM). De toepassing van de Wet Bibob door de gemeente Best wordt samen met de
andere Kempengemeenten een uniforme aanpak gehanteerd. Voor deze gezamenlijke aanpak is gekozen om te voorkomen dat aanvragers gaan ‘shoppen’ in de diverse gemeenten. De gemeente heeft bovendien de beleidsregel Bibob 2015 vastgesteld, waarin de praktijkregels voor de Bibobtoets zijn opgenomen.
In alle gevallen waarbij sprake is van wijzigingen van onderneming/ondernemer, vergunninghouder etc. wordt een Bibob-procedure gestart waarbij de landelijke standaardformulieren worden gehanteerd. Concreet houdt dit in dat er een eerste onderzoek wordt ingesteld aan de hand van de in te vullen formulieren en in te dienen documenten. Wanneer er na dit onderzoek geen reden tot twijfel is aan de integriteit van de aanvrager en/of andere personen, die op de aanvraag van de vergunning staan, dan wordt de vergunning verleend door de gemeente zonder een advies van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) en Landelijk Bureau Bibob (LBB). Bij twijfel kan de gemeente een verzoek indienen bij het RIEC. Indien uit dit onderzoek niets naar voren komt, kan de gemeente naar het LBB gaan voor het verrichten van nader onderzoek (Bibob-toetsing), waarna een advies van datzelfde bureau volgt. Bij een negatief advies van ofwel het RIEC of het LBB kan de gemeente besluiten geen vergunning te verlenen of een inmiddels verleende vergunning in te trekken. Het bevoegd gezag moet in dit geval duidelijk zelf motiveren waarom een vergunning wordt geweigerd of ingetrokken.
Een Bibob-procedure kan ook achteraf (na verlening van een vergunning) nog worden ingesteld wanneer blijkt dat een onderneming/ondernemer zich schuldig maakt of heeft gemaakt aan bepaalde strafbare feiten en/of criminele contacten onderhoudt waarbij de mogelijkheid aanwezig is dat crimineel verworven inkomsten worden wit gewassen.
Artikel 2.5
Wet bevordering integriteitbeoordeling openbaar bestuur (Wet Bibob)
Onderdeel van Horecabeleid gemeente Best 2019