Naar hoofdinhoud

Artikel 5.2

Drugsgebruik en -handel

Onderdeel van Horecabeleid gemeente Best 2019

Volgens de eerder genoemde jeugdmonitor heeft zo’n 5% van de 12 tot en met 18-jarigen in Best weleens drugs gebruikt, variërend van softdrugs tot cocaïne of heroïne. Over het algemeen geldt dat het gebruik van softdrugs onder jongeren in Best minder is dan het gemiddelde gebruik onder jongeren in de regio Zuidoost Brabant. Er is wel een toenemend gebruik van de partydrug XTC in de regio en daarbij geldt dat de samenstelling ervan steeds gevaarlijker worden. Risico’s van XTC worden vaak onderschat. In Best zijn betrekkelijk weinig signalen bekend over drugsgebruik/-overlast onder jongeren. Volgens professionals is het een ‘stille verslaving’, welke vaak pas op latere leeftijd aan het licht komt in combinatie met andere problemen. Bezit van drugs door minderjarigen is niet toegestaan. Een gedoogbeleid geeft aan dat er geen vervolging plaatsvindt als meerderjarigen maximaal vijf gram softdrugs bij zich hebben voor eigen gebruik. Het bezit van harddrugs is nooit toegestaan. Handel in softdrug is uitsluitend binnen een coffeeshop toegestaan. Overigens geldt binnen de gemeente Best een ‘0-beleid’ met betrekking tot coffeeshops. De gemeente streeft er naar drugshandel- en gebruik zoveel mogelijk tegen te gaan. Drugshandel en -gebruik is vooral een kwestie van toezicht en handhaving. Daarnaast ligt er een verantwoordelijkheid voor een horecaondernemer of organisator, als in een horeca-inrichting drugs worden gebruikt of verhandeld. De gemeente Best kent bovendien een nulbeleid ten aanzien van coffeeshops. Dit is een regionaal afgesproken beleid waarbij er coffeeshops in Eindhoven en Helmond worden gedoogd, maar in de overige gemeenten niet. Het is daardoor dus niet mogelijk binnen de gemeente Best een coffeeshop te vestigen. Op grond van de APV is het daarnaast verboden om op een openbare plaats aanwezig te zijn met het doel om al dan niet tegen betaling middelen als bedoel in artikel 2 en 3 van de Opiumwet te verkopen, af te leveren of te verwerven. Ook openlijk drugsgebruik is op grond van de APV verboden. Hiermee wordt bedoeld het gebruiken, toedienen, voorbereiden of voorhanden hebben van de middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel