Naar hoofdinhoud
4.2.1Inwoner en hoofdverblijf De inwoner moet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Lansingerland en daar zijn hoofdverblijf hebben. Hoofdverblijf betekent dat de inwoner daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente moet verblijven. Een toekomstig inwoner, die nog niet staat ingeschreven in de BRP, moet kunnen aantonen dat hij op korte termijn in Lansingerland komt wonen, voordat een aanvraag in behandeling wordt genomen. Inwoners die hun laatste woonadres in Lansingerland hebben, maar niet in de BRP van Lansingerland staan ingeschreven, omdat zij (tijdelijk) gebruik maken van vrouwenopvang of een vorm van maatschappelijke opvang in een andere gemeente, worden gezien als inwoner van Lansingerland. 4.2.2Op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk Samen met de inwoner wordt er bekeken welke resultaten de inwoner wil behalen en welke oplossingen daarbij passen. Hierbij wordt allereerst ingezoomd op eigen kracht, eventuele mantelzorgers en andere mensen uit het eigen sociale netwerk die iets kunnen betekenen voor de inwoner. 4.2.3Algemene en vrij toegankelijke voorzieningen Wanneer blijkt dat inwoner niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde algemene voorzieningen zijn om de gewenste resultaten te behalen. Algemene voorzieningen kunnen commerciële diensten zijn zoals een wasserette/stomerij of een boodschappenbezorgdienst van een supermarkt maar ook diensten zonder winstoogmerk, zoals het restaurant van een verzorgingshuis waar buurtbewoners tegen een geringe vergoeding kunnen eten. Het betreft alle vrij toegankelijke voorzieningen waar de inwoner zonder beschikking gebruik van kan maken. 4.2.4Algemeen gebruikelijk Bij die beoordeling kunnen de volgende criteria een rol spelen: Is de voorziening gewoon te koop? Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht? Is de voorziening specifiek voor personen met een beperking ontworpen? Is de voorziening algemeen gebruikelijk voor de inwoner in een specifieke situatie? 4.2.5Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet-of regelgeving Voorliggend op een maatwerkvoorziening is een voorziening of dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) of een regeling die wordt uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Wlz Inwoners die beschikken over een indicatie voor de Wet langdurige zorg kunnen, afhankelijk van hun situatie, in aanmerking komen voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo. Als de inwoner thuiswonend is kan deze, ongeacht de verstrekkingenvorm van de Wlz- indicatie, in aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wmo als er sprake is van belemmeringen in de mobiliteit, het onder-houden van sociale contacten (rolstoelvoorzieningen & vervoersvoorzieningen) en het wonen (woningaanpas-singen en hulpmiddelen). Wanneer de hulpvraag betrekking heeft op zaken als ondersteuning op het gebied van het huishouden, begeleiding en logeeropvang dient dit op grond van de Wlz aangevraagd te worden. Wanneer er sprake is van een opname in een Wlz- instelling kan een inwoner bij het ervaren van een belemmering in de mobiliteit en/of het onderhouden van sociale contacten in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening vanuit de Wmo. Een rolstoelvoorziening kan wanneer een inwoner in een Wlz instelling verblijft alleen nog vergoed worden op grond van de Wmo wanneer de inwoner in een Wlz- instelling verblijft waar geen behandeling geboden wordt. Kortdurende uitleen van hulpmiddelen (Zvw) Voorliggende voorzieningen vanuit de zorgverzekeraar zijn hulpmiddelen, zoals toiletstoelen en rolstoelen voor tijdelijk gebruik (korter dan 6 maanden). Deze zijn te verkrijgen via de hulpmiddelendepots van thuiszorg-aanbieders. Andere hulpmiddelen voor permanent gebruik zijn te verkrijgen via hulpmiddelenleveranciers. Hulpmiddelen in de werksituatie Vanuit het UWV en de werkgever kan er aanspraak gemaakt worden op hulpmiddelen in de werksituatie en op vervoer van en naar het werk. Wet langdurige zorg Woningaanpassingen en diensten in een intramurale instelling vallen onder de Wet langdurige zorg. 4.2.6Voor de melding aangeschaft Als iemand een voorziening aanschaft voordat hij een melding doet bij de gemeente, dan stelt hij de gemeente voor een voldongen feit. De gemeente kan dan meestal de situatie voorafgaand aan de aanpassing niet goed meer beoordelen en heeft geen invloed meer op de aanschaf van de voorziening. Als achteraf niet meer is vast te stellen of de voorziening noodzakelijk was, dan wordt de aanvraag afgewezen. De bewijslast ligt hierbij vooral bij de aanvrager. Alleen als achteraf objectiveerbaar is vast te stellen dat de voorziening noodzakelijk is, dan kan de aanvraag mogelijk worden toegekend, mits de melding binnen 6 weken na realiseren van de voor-ziening is ontvangen. De hoogte van de vergoeding wordt echter gebaseerd op de goedkoopste maatwerk-voorziening, ook wanneer de inwoner een duurdere voorziening heeft aangeschaft. 4.2. 7 A anvraag eerder verstrekte voorziening Indien de gevraagde voorziening al eerder op grond van een wettelijke bepaling of regeling is verstrekt, er geen wijzigingen zijn in de feitelijke situatie en de afschrijftermijn nog niet verstreken is, kan de aanvraag afgewezen worden. 4.2.8 On verantwoordelijk handelen Indien de inwoner, na onderzoek, nalatigheid en onverantwoordelijk handelen kan worden verweten in het gebruik van een geboden voorziening kan een nieuwe aanvraag afgewezen worden of de voorziening ingenomen worden. Samen met de inwoner wordt gezocht naar een alternatieve oplossing die past bij de inwoner. 4.2. 9 Go edkoopst adequate voorziening De maatwerkvoorziening is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte mogelijkheden, maar er wordt gekozen voor de mogelijkheid die naar objectieve maatstaven de goedkoopst adequate is. Indien de inwoner een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de inwoner. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een PGB gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel