5.4.1Woonplaatsbeginsel
De verantwoordelijke gemeente wordt bepaald op grond van het woonplaatsbeginsel zoals omschreven in de Jeugdwet.
5.4.2 Volgorde toekenning individuele voorzieningen
Toekenning van een individuele voorziening geschiedt op grond van onderstaand kader. Alle beoordelingen van aanvragen voor individuele voorzieningen worden volgens dit kader benaderd. In de beschikking (dan wel met verwijzing naar het ondersteuningsplan) wordt hiervan een beschrijving gegeven.
Eigen kracht: mensen zorgen voor zichzelf, gebruiken hun eigen sociaal netwerk.
Sociaal netwerk: mensen zorgen voor elkaar, mantelzorg, verenigingsleven, algemene voorzieningen.
Algemene/collectieve voorzieningen: alleen waar nodig.
Individuele voorziening: professionele inzet via de gemeente.
Het geheel van activiteiten en diensten op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon, zien we als het maatwerkarrangement.
5.4.3Er mag geen sprake zijn van een algemene voorziening
Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten om de zelfredzaamheid of de participatie te verbeteren of te voorzien in een behoefte aan opvang. Algemene of vrij toegankelijke voorzieningen zijn toegankelijk zonder beschikking. Een algemene voorziening kan zijn het ontvangen van informatie, advies en training, jeugdgezondheidszorg, opvoedondersteuning of ambulante jeugd- en opvoedhulp tot en met maximaal 6 contactmomenten.
5.4.4Er mag geen sprake zijn van voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving
Voorliggend op de Jeugdwet zijn voorzieningen op grond van een andere wettelijke regeling zoals Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet en Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
5.4.5Het mag geen algemeen gebruikelijke hulp zijn
Algemeen gebruikelijke hulp kent de volgende wettelijke definitie: ‘hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouder, inwonende kinderen of andere huisgenoten’. De hulp die wordt aangevraagd moet het probleem oplossend vermogen van de ouders/verzorgers overschrijden.
In bijlage 4 staat een richtlijn voor gebruikelijke hulp bij de verschillende leeftijdsfasen van een jeugdige. De richtlijn wordt toegepast met in achtneming van de volgende afwegingen 1 Bron: Factsheet Ministerie VWS: Zorg voor een kinderen met een intensieve zorgvraag: Gebruikelijke zorg.:
Leeftijd
Jonge kinderen hebben meer zorg nodig van hun ouders dan oudere kinderen. Sommige handelingen zijn dus op jonge leeftijd nog gebruikelijke zorg maar worden op latere leeftijd als bovengebruikelijke zorg gezien.
Aard van de zorghandeling
Gebruikelijke zorg bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen.
Frequentie
Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer per dag eten, kunnen als gebruikelijke zorg worden aangemerkt.
De tijd dat iemand met een zorghandeling bezig is
Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en kleden, maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke zorg gezien.
Samenhangende beoordeling
De hiervoor genoemde criteria moeten telkens in samenhang en gelet op de omstandigheden van het kind worden beoordeeld.
5.4.6Overbelasting
Aan het indiceren van gebruikelijke hulp gaat het beoordelen van de overbelasting vooraf. Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast waardoor fysieke en/of psychische klachten ontstaan. Naast de aard en de ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat er iets met de gebruikelijke verzorger zelf aan de hand is en/of dat deze het gevolg is van ernst van de problemen bij de jeugdige. Door de weging van de verhouding tussen draagkracht en draaglast kan de eventuele overbelasting worden vastgesteld.
Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die iemand biedt aan de jeugdige. Bij overbelasting door een dienstverband van teveel uren, als gevolg van spanningen op het werk of relatieproblemen, zal de oplossing gezocht moeten worden in het wegnemen van deze spanningsfactoren.
Niet alleen de omvang van de zorgtaken, maar ook de mate waarin permanent toezicht gewenst is, zijn van invloed op de belastbaarheid van de gebruikelijke zorger/mantelzorger. Met andere woorden, het uitvoeren van enkele zorgtaken op vooraf besproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde zorgtaken, waarbij continu aanwezigheid van gebruikelijke zorger/mantelzorger noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4