**1..** Voor het bepalen van het recht op bijzondere bijstand op grond van artikel 35 eerste lid van de Participatiewet, worden inkomsten boven 115% van de voor belanghebbende geldende netto bijstandsnorm, volledig in aanmerking genomen als draagkracht.
**2..** Om te bepalen welke middelen in aanmerking moeten worden genomen bij het bepalen van draagkracht wordt aangesloten bij artikel 31 tot en met 34 van de Participatiewet, met uitzondering van artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid van de Participatiewet.
**3..** De individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet wordt niet als middel aangemerkt.
**4..** De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en wordt in beginsel voor één jaar vastgesteld.
**5..** Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke netto inkomen van de belang-hebbende gedurende de maand waarin de aanvraag wordt ingediend. Als dit geen juist beeld geeft, dan wordt het gemiddelde inkomen genomen over de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en de twee voorafgaande maanden.
**6..** Een vastgestelde draagkracht of draagkrachtperiode kan slechts gewijzigd worden, indien een structurele wijziging van de persoonlijke of financiële situatie van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft.
**7..** Bij elke volgende aanvraag om bijzondere bijstand in het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met het beslag dat reeds op de draagkracht is gelegd door eerdere afwijzingen of gedeeltelijke toewijzingen van bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7:6