In 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken. Allerlei bijzondere maatregelen en voorzieningen zijn opgeheven, omdat deze in het reguliere beleidsproces een plaats (kunnen) hebben gekregen. De problematiek wordt door de landelijke overheid als afgedaan beschouwd.
Woonwagenbewoners heten voortaan gewoon ‘burgers’, die zich slechts onderscheiden omdat ze in een woonwagen wonen. Beleid beperkt zich tot het inrichten en beheren van standplaatsen. De overheid ziet de huisvesting niet meer als kerntaak en wenst de locaties over te dragen aan woningcorporaties. Met de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 zijn
gemeenten formeel ontslagen van de verplichting om exclusief beleid voor woonwagenbewoners te formuleren. Ook hebben de woonwagenbewoners geen bijzondere rechten meer (bijvoorbeeld het recht op een standplaats). Door afschaffing van de Woonwagenwet hebben woonwagenbewoners niet langer een uitzonderingspositie binnen de woningmarkt. Het intrekken van de Woonwagenwet had als belangrijkste doelstelling het normaliseren van de woonpositie van woonwagenbewoners. Het woonwagenbeleid is vanaf 1999 geïntegreerd in het reguliere volkshuisvestingsbeleid. Gemeenten hebben hiermee volledige beleidsvrijheid gekregen ten aanzien van woonwagencentra en de standplaatsen. Sindsdien bestaat er een tendens naar overdracht van de standplaatsen en centra van gemeenten naar woningcorporaties.
De woningcorporaties zijn over het algemeen immers beter ingesteld op het bouwen, beheren en verhuren van woonruimten; de gemeente heeft dan niet langer ook een privaatrechtelijke rol (‘verhuurder’). In het verleden is getracht om de woonwagenstandplaatsen over te dragen aan de stichting Woonwagenbeheer Zuid-West Nederland, een stichting die namens de woningcorporaties in de regio de woonwagenstandplaatsen en woonwagens beheert en verhuurt in verschillende gemeenten. Dit is toen echter niet gelukt omdat de gemeente een ‘bruidsschat’ moest betalen in plaats van dat zij geld zou ontvangen bij verkoop c.q. overdracht.
Gedurende het proces om te komen tot nieuwe prestatieafspraken, gepland voor 2020, is het onderwerp overdracht van woonwagenstandplaatsen weer naar voren gebracht vanuit de gemeente en is hier niet afwijzend op gereageerd vanuit de woningcorporaties. Voorwaarde vanuit de woningcorporaties is wel dat er sprake is van een genormaliseerde situatie. Dit is ook een gemeentelijk uitgangspunt, ook als gekozen wordt voor de andere optie om over te gaan tot verkoop van standplaatsen.
Middels het vastleggen van een apart woonwagenbeleid, wat tot nu ontbreekt, willen wij onder andere aangeven hoe we deze genormaliseerde situatie willen bereiken en wat hieronder wordt verstaan.
Wonen in een woonwagen is in feite een woonwens geworden. Waar de woonwagenbewoner vroeger rondtrok en om die reden was aangewezen op een mobiel huis, gaat het tegenwoordig meer om de wens in vrijheid én met name in familieverband samen te wonen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.
Achtergrond
Onderdeel van Woonwagenbeleid van de gemeente Steenbergen 2019, vastgesteld door de gemeenteraad