Artikel 3.1 Inleiding
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt in verschillende typeringen van categorieën waarbinnen, onder voorwaarden, huisvesting van personen, niet zijnde een huishouden mogelijk kan worden gemaakt middels een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan.
Artikel 3.2 Kleine vormen van huisvesting van personen (kamerverhuur)
Op alle locaties waar een woning is toegestaan, is kamerverhuur mogelijk met inachtneming van de volgende regels:
1. Er is slechts sprake van kleinschalige huisvesting, dat wil zeggen:
a) per locatie is slechts sprake van huisvesting voor maximaal 4 arbeidsmigranten en een evenredig aantal slaapplaatsen, waarbij het huishouden van de eventuele hoofdbewoner(s) in het pand als één persoon wordt gezien;
b) de huisvesting vindt plaats binnen de vigerende bebouwingsmogelijkheden (bouwvlak en bouwregels).
2. De verhuurder moet ervoor zorgen dat er geen overlast ontstaat voor omwonenden.
3. Er moet worden voldaan aan de in de vigerende parkeernota gestelde eisen.
4. In een nachtregister moet worden bijgehouden welke personen in de voorziening verblijven.
5. Als er geen hoofdbewoner in het pand aanwezig is, zorgt de verhuurder voor een vast ` aanspreekpunt die 24 uur per dag, zeven dagen in de week telefonisch bereikbaar is en binnen een uur ter plaatse kan zijn.
6. Bij huisvesting van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning geldt dat het moet gaan om de huisvesting van personen die werkzaam zijn bij het bij de bedrijfswoning behorende bedrijf.
Artikel 3.3 Grote vormen van huisvesting
Hieronder valt de huisvesting van personen in woningen of complexen of gebouwen zoals bedrijfsgebouwen, kantoorpanden en maatschappelijk vastgoed waarbij bedrijfsmatig meer dan 4 personen worden gehuisvest. De huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf behoort hier niet toe. Hiervoor geldt het gestelde in artikel 3.4.
Naast een individuele beoordeling op ruimtelijke en maatschappelijke aanvaardbaarheid, dient tenminste te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Er moet worden voldaan aan de in de vigerende parkeernota gestelde eisen.
2. Bij het huisvesten van arbeidsmigranten is de verhuurder in het bezit van het SNF Keurmerk en dient de huisvesting te voldoen aan de door de SNF vastgestelde en op het moment van aanvragen van de vergunning geldende normen, uitgezonderd de oppervlaktemaat, hiervoor geldt het gestelde in artikel 2.2.
3. Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor (de uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan.
4. In een nachtregister moet worden bijgehouden welke personen in de voorziening verblijven.
5. De voorziening, niet zijnde een woning, is uitsluitend bedoeld voor personen die tijdelijk verblijven (short- en midstay).
Artikel 3.4 Huisvesting van werknemers bij een agrarisch bedrijf in het buitengebied
De gemeente kan medewerking verlenen aan een planologische procedure voor huisvesting van werknemers op een agrarisch bedrijf in het buitengebied onder de volgende voorwaarden:
1. Verbouwing/nieuwbouw binnen een agrarisch bouwblok is toegestaan voor de huisvesting van werknemers die op het bestaande agrarische bedrijf werken, mits de behoefte hiervan is aangetoond.
2. Het maximale aantal te huisvesten personen wordt afgestemd op de omvang van de eigen bedrijfsactiviteiten van het betrokken bedrijf, met een maximum van 20 personen per agrarisch bouwblok.
3. Ten aanzien van sub 1 en 2 geldt dat het bevoegde orgaan advies inwint bij een agrarisch deskundige.
4. Het parkeren ten dienste van de huisvesting van arbeidsmigranten dient op eigen terrein ` behorende bij het agrarische bedrijf plaats te vinden.
5. Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor (de uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan.
6. Woonunits of ‘overige huisvesting’, kampeermiddelen, toercaravans, kampeerauto's, tenten of andere vormen van bewoning die niet voldoen aan de SNF kwaliteitseisen worden niet toegestaan.
7. Na afloop van de vergunningstermijn (maximaal 10 jaar) worden de woonunits verwijderd. ` Hiertoe behoeft het bevoegd gezag geen afzonderlijke aanschrijving te doen.
Hoofdstuk
Artikel 3
Afwijkingsregels per wooncategorie
Onderdeel van Nadere regels tijdelijk wonen 2019