De regeling wordt met ingang van 1 januari 2019 getroffen voor een periode van 2 jaren.
Indien en zodra na ommekomst van de in artikel 14.1. bedoelde termijn de regeling niet door uittreding en opheffing als bedoeld in artikel 13 tot een einde komt, zal de regeling vervolgens voortduren voor onbepaalde tijd.
In het geval bedoeld in artikel 14.2. blijft vervolgens artikel 12 en 13 onverkort van toepassing.
Indien er sprake is van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in artikel 13, lid 2 en lid 9, dan zal op basis het opheffingsplan, als bedoeld in artikel 13, in gezamenlijke overleg tussen het college van de centrumgemeente en het college van Noardeast de datum van opheffing van deze regeling worden bepaald en daarmee de duur van de regeling.
Artikel 14
– Duur van de regeling
Onderdeel van Centrumgemeente regeling samenwerking Noardeast-Frysân en Leeuwarden