Naar hoofdinhoud
1. . Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een toelage van € 360,- per maand. 2. . Het presidium is een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 3.. Een raadslid dat voorzitter is van het presidium ontvangt voor de duur van de activiteiten van het presidium een maandelijkse toelage gelijk aan het maximum bedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 4.. Een raadslid dat lid is van het presidium, niet zijnde de voorzitter van het presidium, ontvangt voor de duur van de activiteiten van het presidium een maandelijkse toelage ter hoogte van twee derde van het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 5.. Een raadslid dat lid is van een andere bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een maandelijkse toelage gelijk aan het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 6.. Een raadslid dat voorzitter is van een raadscommissie ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een maandelijkse toelage gelijk aan het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel