Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening zijn de volgende inzamelmiddelen aangewezen:
Bij laagbouwwoningen wordt gebruik gemaakt van minicontainers: één voor restafval, één voor GFT-afval en één voor PMD-afval;
Bij hoogbouwwoningen en gestapelde bouw wordt gebruik gemaakt van (ondergrondse) verzamelcontainers voor restafval en van zakken voor PMD en van verzamelbakken voor GFT-afval en PMD-afval;
Bij hoogbouwwoningen en gestapelde bouw wordt indien mogelijk ook gebruik gemaakt van minicontainers voor GFT-afval en PMD-afval.
In uitzondering op de bepalingen in lid 1 is de functionaris die belast is met de regie op de afvalinzameling gemachtigd te bepalen dat bij specifieke laagbouwwoningen gebruik wordt gemaakt van (ondergrondse) verzamelcontainers voor restafval en dat voor papier een minicontainer wordt verstrekt.
Voor een besluit over een (ondergrondse) verzamelcontainer wordt de “richtlijn locatiekeuze ondergrondse containers” (zie bijlage) gehanteerd en wordt de afdeling 3:4 uniforme openbare voorbereidingsbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd.
§ 2.
Artikel 6.