Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Eigen onderzoek

Onderdeel van Bibob-beleidsregel 2015 Waddinxveen

1.. Het eigen onderzoek naar het zich voordoen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet bestaat uit: het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking, het aangaan van een transactie of het afsluiten van een opdracht en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden; het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die al dan niet door middel van het in het volgende artikel bedoelde vragenformulier en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de betrokkene en gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de wet kan raadplegen. 2.. Indien het in lid 1 bedoelde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar dat de in artikel 3 van de wet bedoelde feiten zich zullen voordoen, wordt een advies ingewonnen bij het RIEC en/of bij het Bureau als bedoeld in artikel 9 van de wet. 3.. Indien uit het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is van zware indicatoren of een reeks van lichtere indicatoren, met onderlinge samenhang (bijlage 1 van deze beleidsregel), wordt een advies ingewonnen bij het RIEC en/of bij het Bureau als bedoeld in artikel 9 van de wet. 4.. Indien de officier van justitie op basis van artikel 26 van de wet wijst op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen, wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de wet ingewonnen bij het Bureau. 5.. Indien het onder lid 1 bedoelde onderzoek geen feiten, vermoedens of omstandigheden oplevert over enige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet en er geen andere weigeringsgronden van toepassing zijn wordt de beschikking, opdracht of transactie verleend of afgesloten.

Rechtspraak bij dit artikel