Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019

In de bestemmingsplannen is de bepaling opgenomen dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de woonbestemming. Een bedrijfswoning wordt in dit kader ook als woning beschouwd. Een ander gebruik dan wonen is niet toegestaan. In de jurisprudentie is echter bepaald dat het vestigen van een vrij beroep niet strijdig is met de woonbestemming, mits de woonbestemming in overwegende mate gehandhaafd blijft. Tegen het samengaan van kleinschalige economische activiteiten met de woonfunctie bestaan geen bezwaren. Deze vermenging van functies hoeft geen afbreuk te doen aan het karakter van een woongebied, mits de kleinschaligheid (ondergeschikt aan de woonfunctie, overlast omgeving) in de hand wordt gehouden. De bedrijvigheid rond het uitoefenen van een vrij beroep kan zelfs een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in een woongebied. Er moet dan wel voldaan worden aan het criterium dat de woonfunctie in alle gevallen in overwegende mate gehandhaafd wordt. In sommige bestemmingsplannen is het uitoefenen van een al als een uitzondering op het strijdige gebruik van de woonbestemming opgenomen. Het ontbreken van deze uitzonderingspositie in een bestemmingsplan maakt volgens de jurisprudentie echter niet dat het uitoefenen van een vrij beroep binnen een woonbestemming niet is toegestaan wegens strijdigheid met de woonbestemming. Dit geldt echter niet voor aan-huis-verbonden-bedrijven. Deze zijn strijdig met de woonbestemming tenzij expliciet toegestaan in het bestemmingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel