Het Openbaar Ministerie kent een gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs. Dit houdt in dat bij niet-bedrijfsmatige teelt van hennep (oa. max 5 planten) geen vervolging plaats vindt. Tevens wordt het bezit van een gebruikershoeveelheid softdrugs (max 5 gram) gedoogd en zal bij constatering hiervan ook geen vervolging plaatsvinden. Zowel voor niet-bedrijfsmatige teelt als bij de constatering van een gebruikershoeveelheid softdrugs geldt dat de verdacht wel afstand moet doen van de drugs. Indien dit niet gebeurt wordt alsnog vervolgd. Er vindt geen gerichte opsporing plaats tegen deze twee feiten.
Ten aanzien van harddrugs bestaat geen gedoogbeleid. Dat wil zeggen dat bij constatering van verkoop, aflevering of verstrekking dan wel de aanwezigheid daartoe van zowel soft- en harddrugs, hiertegen wordt opgetreden door politie en het Openbaar Ministerie. De prioriteit bij politie en Openbaar Ministerie in de strafrechtelijke aanpak van drugs ligt op de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Met name op het gebied van georganiseerde hennepteelt wordt geïnvesteerd op intensivering van de aanpak en op verbreding van de aanpak met buiten het strafrechtketen gelegen partners.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2