Naar hoofdinhoud
Bij het opleggen van de last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet zijn de volgende stappen van belang. Voor het opleggen van de last onder bestuursdwang op grond van artikel 174a Gemeentewet gelden de stappen niet. Zie hiervoor paragraaf 2.4. 1.Voorbereiding De feitelijke constatering van de verkoop, levering of verstrekking van drugs of het aantreffen van drugs is voldoende om op grond van artikel 13b Opiumwet bestuurlijk op te kunnen treden. Deze constateringen kunnen door de politie aan de gemeente (de burgemeester) worden gemeld. De gemeente is hierbij in grote mate afhankelijk van de politie. De gemeente verzamelt en bundelt de gegevens van de politie samen met eventuele eerdere waarschuwingsbrieven aan de bewoners/de exploitant en klachten uit de omgeving. De klachten uit de omgeving kunnen, mocht dit gewenst zijn, ook geanonimiseerd aan het dossier worden toegevoegd. 2. Voornemen tot sluiting De burgemeester brengt de overtreder en / of de eigenaar/verhuurder (rechthebbende) op grond van de geconstateerde feiten schriftelijk - door middel van een aankondiging last onder bestuursdwang – op de hoogte over het voornemen op handhavend op te treden. In de brief wordt de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen. Dat kan per brief, per e-mail, telefonisch of in een gesprek. Bij het gesprek kan een vertegenwoordiger van de politie aanwezig zijn maar ook andere belanghebbenden. In de gesprekken worden de geconstateerde feiten besproken. Jurisprudentie laat zien (ECLI:NL:RVS:2012:BY4412) dat de burgemeester bij het aantreffen van harddrugs in de woning of het lokaal zonder waarschuwing kan overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang gericht op sluiting van de woning of het lokaal. Tot sluiting van de woning kan bij een eerste constatering direct worden overgegaan indien sprake is van een ernstig geval. De indicatoren voor een ernstig geval zijn weergegeven in de bijlage I behorende bij dit beleid. 3. Belangenafweging en vervolgstappen. De burgemeester kan na beoordeling van de zienswijze besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang die er bijvoorbeeld toe strekt om een woning of een lokaal tijdelijk te sluiten. De in bijlage II opgenomen Handhavingsmatrix 13b Opiumwet geldt daarbij als leidraad voor de sluitingsperiode. De burgemeester moet voor het nemen van dit sluitingsbesluit de gevolgen van zijn besluit afzetten tegen de gevolgen die dit met zich mee brengt voor de overtreder. 4. Motivering sluitingsbevel. Wanneer de burgemeester over gaat tot een (tijdelijke) sluiting, dan zal dit besluit voldoende moeten worden gemotiveerd. Bij deze motivering kan de burgemeester een aantal factoren betrekken. Gaat het om een koopwoning, dan kan het van belang zijn of deze daadwerkelijk wordt bewoond of in schijn wordt bewoond. In het geval van een bewoond pand worden de bewoners uit de woning geplaatst. Dit is bij schijnbewoning niet het geval. Er zijn immers geen bewoners. In dit laatste geval is de eigenaar van het pand de belanghebbende. Gaat het om een gehuurde woning dan zal civielrechtelijk de huurovereenkomst door de woningbouwcorporatie of de verhuurder kunnen worden ontbonden. Een sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet blijft uitgangspunt. De woning kan bekend zijn in het drugscircuit. Komen er snel nieuwe huurders in de woning, dan lopen deze het risico geconfronteerd te worden met personen uit het drugscircuit. Verder kan de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de zwaarte van de overtreding. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en het soort drugs. Gezien de eis van proportionaliteit geldt hier dat hoe meer en hoe zwaarder de categorie drugs is, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Tenslotte zal de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de mate van herhaling en de duur van de overtreding. Ook hierbij geldt de eis van proportionaliteit: hoe vaker de overtreding plaats vindt, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Wat betreft de duur van de overtreding is het van belang dat de toeloop naar het pand zal beëindigen. Wanneer de sluitingstermijn te kort blijkt kan de burgemeester de sluiting verlengen. 5. Bekendmaking sluitingsbevel. Het sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op schrift gesteld en aangetekend verzonden. In het bevel tot sluiting worden doorgaans de volgende elementen opgenomen: Sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet; Welk pand is gesloten; Waarom tot sluiting is overgegaan Belangenafweging De termijn van de sluiting; De begunstigingstermijn; Welke dwangmiddelen zullen worden toegepast; Dat tegen het besluit bezwaar en beroep mogelijk is. De kosten van sluiting kunnen ingevolge artikel 5:25 eerste lid, Awb op de belanghebbende worden verhaald. 6 Feitelijke sluiting. Na afloop van de begunstigingstermijn gaat de gemeente ertoe over de betreffende ruimte zo nodig fysiek te sluiten. Dit kan op verschillende manieren worden geregeld. Bij de uitvoering van de sluiting kunnen naast medewerkers van de gemeente ook anderen, bijvoorbeeld een aannemer, nutsbedrijf of de politie aanwezig zijn. De in het pand aanwezige personen worden hieruit verwijderd. Zo nodig wordt het pand eerst ontsmet en worden de nutsvoorzieningen afgesloten. In het besluit staat een begunstigingstermijn opgenomen waarbinnen de betrokkene(n) zelf uitvoering kan geven aan het besluit tot sluiting van het pand. Binnen de begunstigingstermijn heeft de betrokkene(n) de mogelijkheid om voor de sluiting persoonlijke spullen uit het pand te halen, afsluitingsmaatregelen te nemen, etc. Vervangen van de sloten gebeurt altijd met iemand van de gemeente, waarna de deur wordt verzegeld. De sleutels blijven gedurende de sluiting in het bezit van de gemeente. Als de begunstigingstermijn is verstreken en de last dus niet of niet tijdig is uitgevoerd, zal de burgemeester zelf door feitelijk handelen, tot sluiting laten over gaan. Ook in dat geval zullen de sloten worden vervangen in het bijzijn van iemand van de gemeente en zal de deur worden verzegeld. Het doorbreken van het zegel levert een strafbaar feit op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht op. Op grond van artikel 2:41 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ermelo (APV) kan opgetreden worden tegen personen die een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten lokaal of woning betreden. Uitgangspunt is dat er borden worden aangebracht waarop staat dat het pand is gesloten vanwege het overtreden van artikel 13b Opiumwet. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken.De redenen van deze openbare bekendmaking zijn het aan een ieder, en in het bijzonder het criminele circuit, duidelijk maken dat in het bewuste pand niets meer te halen valt, het afgeven van een duidelijk signaal dat overtreding van de Opiumwet niet wordt getolereerd en het vergroten van het veiligheidsgevoel in de buurt door duidelijk aan te geven dat de illegale activiteiten in het bewuste pand zijn beëindigd. Betreden gesloten verklaard pand Het pand mag alleen worden betreden indien de burgemeester daartoe ontheffing heeft verleend. In de regel wordt slechts ontheffing van het verbod verleend ingeval van een dringende en/of zwaarwichtige reden. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen zal een schriftelijk en gemotiveerd verzoek om ontheffing moeten worden ingediend, waaruit in ieder geval duidelijk dient te blijken voor wie de ontheffing moet gelden, voor welk doel en voor welke periode. De burgemeester kan voorwaarden verbinden aan de ontheffing. Spoedeisende situaties In spoedeisende situaties kan de burgemeester op grond van artikel 4:11 en 5:31 van de Awb spoedeisende bestuursdwang toepassen. Het pand wordt dan onmiddellijk gesloten. De burgemeester biedt dan niet de mogelijkheid om eerst een zienswijze in te dienen. Van een spoedeisende situatie is in ieder geval sprake bij acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of voor de openbare orde, bijvoorbeeld door brandgevaar of doordat giftige stoffen of gassen (kunnen) vrijkomen of bij zich direct aandienende risico’s door of vanwege het criminele drugscircuit. Verplichte registratie Op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken dient de sluiting van het pand binnen vier dagen te worden ingeschreven in de landelijke voorziening. 7. Kostenverhaal. De kosten die bij de sluiting van een pand worden gemaakt kunnen de overtreder redelijkerwijs in het geheel of gedeeltelijk worden toegerekend. In de dwangbeschikking moet hiervan melding worden gemaakt. 8. Heropening. Uitgangspunt is dat de sluiting wordt opgeheven indien de noodzaak tot sluiting is komen te vervallen. De gekozen sluitingstermijn betekent dat die termijn noodzakelijk wordt geacht om het gewenste effect te bereiken. De duur van de sluiting is afgestemd op de periode die noodzakelijk wordt geacht om de rust en het veiligheidsgevoel te doen terugkeren en te bewerkstelligen dat het betreffende pand onttrokken wordt aan het drugscircuit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel