Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 9

Rapportageverplichtingen en subsidievaststelling

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling scholing VE-certificering gemeente Hardenberg 2019

1. . De aanvrager registreert en legt verantwoording af, waarbij wordt overgelegd: een overzicht op naam met vermelding van adres en geboortedatum van alle pedagogisch medewerkers die aan het door de gemeente gesubsidieerde scholingstraject Uk en Puk hebben deelgenomen en met een certificaat hebben afgerond; een factuur van de aanbieder van het scholingstraject waaruit blijkt hoeveel scholingstrajecten Uk en Puk er zijn afgenomen. 2. . Burgemeester en wethouders kunnen formulieren vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens ten behoeve van de subsidievaststelling. 3. . Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren. 4. . Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt voor 1 december 2020 ingediend. 5. . Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden de gegevens overlegd zoals omschreven in artikel 9 lid 1. 6. . Burgemeester en wethouders stellen op basis van de ingediende aanvraag de subsidie vast op basis van het aantal pedagogisch medewerkers dat het gehele scholingstraject Uk en Puk heeft afgerond met een certificaat. 7. . Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de betaalde trajectprijs per pedagogisch medewerker die het gehele scholingstraject Uk en Puk met een certificaat heeft afgerond, tot het maximum van de in artikel 5 genoemde grondslag. 8. . De subsidie kan op nihil worden vastgesteld: wanneer de aanvrager van de subsidie de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet tijdig indient; wanneer de aanvraag tot vaststelling van de subsidie ook na een eventuele hersteltermijn niet compleet is; wanneer de aanvrager niet heeft voldaan aan de bepalingen in deze subsidieregeling. 9. . De subsidie kan lager worden vastgesteld: wanneer het aantal pedagogisch medewerkers dat het scholingstraject heeft afgerond met een certificaat lager is dan het aantal waarvoor subsidie is verleend; wanneer de werkelijk kosten per scholingstraject lager zijn dan de in art. 5 genoemde grondslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel