Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Ontoelaatbare inbreuk op/verstoring van een geordend woon-en leefmilieu in de zin van artikel 3.1.5 lid 13 sub d en artikel 3.1.8 sub e van de Huisvestingsverordening gemeente Sliedrecht 2019

Onderdeel van Beleidsregels betreffende de omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte

In de volgende gevallen is er sprake van een ontoelaatbare inbreuk op of verstoring van een geordend woon-en leefmilieu: bij het omzetten naar onzelfstandige woonruimte van twee-over-één-trap woningen. In een twee-over-één-trap-woning moet men via het trappenhuis de (hal van de) woning van iemand anders passeren om de eigen woning te bereiken. Er is geen sprake van een eigen toegang vanaf de openbare weg; als ten opzichte van een zelfstandige woonruimte op meer dan 1 aangrenzend perceel een pand met "onzelfstandige woonruimte" aanwezig is; als zich in een zelfstandige woonruimte meer dan 4 onzelfstandige woonruimten bevinden; als in een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur zich meer dan 1 persoon bevindt; als een onzelfstandige woonruimte niet beschikt over een (gezamenlijke) verblijfsruimte om te koken, eten en/of te wonen; als er in de woning minder dan 12 m2 gebruiksoppervlakte per bewoner beschikbaar is; als niet elke bewoner kan beschikken over een eigen verblijfsruimte om te slapen van minimaal 7, 5 m2 , waarbij de breedte van de ruimte minimaal 2,4 m is; er niet wordt voldaan aan de voor het gebruik van het pand geldende parkeernormering en het college van burgemeester en wethouders heeft geen ontheffing verleend; structurele overlast. De overlast moet structureel en aantoonbaar zijn op grond van meldingen/ klachten bij de politie of gemeente en objectieve feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld blijkend uit constateringen van politie-of gemeentemedewerkers. Voordat het college van burgemeester en wethouders overgaat tot intrekking van de vergunning wegens een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw of de omgeving van het gebouw, moet het de verhuurder (en bewoners van het pand) schriftelijk op de hoogte hebben gesteld van de gemelde overlast en hem de gelegenheid hebben geboden om daarop te reageren en om daaraan zelf iets te doen. Om een intrekking te voorkomen, zal de verhuurder in ieder geval moeten aantonen welke actie wordt ondernomen en/of reeds ondernomen is. Het college van burgemeester en wethouders gaat in ieder geval over tot intrekking van de vergunning, indien sprake is van een of meer van de in lid 1 sub a t/m h opgesomde gevallen en van structurele overlast als bedoeld in lid 1 sub i.

Rechtspraak bij dit artikel