Naar hoofdinhoud
1.. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . 2.. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4.. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. 6.. De onder lid 1, 2 en 5 bedoelde kosten worden per kwartaal gedeclareerd middels een daarvoor opgesteld declaratieformulier. Declaraties kunnen tot uiterlijk één maand na afloop van het betreffende kwartaal worden ingediend bij de griffier.

Rechtspraak bij dit artikel