Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Berekening van de fictieve draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Vught 2019

1.. Het college beoordeelt de financiële draagkracht van belanghebbende als onderdeel voor het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete, overeenkomstig de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. 2.. Uitgangspunt is dat de boete door belanghebbende met de beschikbare draagkracht binnen redelijke termijn kan worden voldaan: bij opzet: binnen 24 maanden; bij grove schuld: binnen 18 maanden; bij normale verwijtbaarheid: binnen 12 maanden; bij verminderde verwijtbaarheid: binnen 6 maanden. 3.. Als fictief beschikbare draagkracht zoals bedoeld in het eerste lid wordt aangemerkt: het volledige bedrag van het inkomen boven 90% van de toepasselijke bijstandsnorm; of 10% van de toepasselijke bijstandsnorm als er geen sprake is van een inkomen of als het inkomen minder bedraagt dan 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. 4.. De vast te stellen boete kan niet meer bedragen dan het aantal maanden van de toepasselijke redelijke termijn als bedoeld in lid 2 vermenigvuldigd met de fictief beschikbare draagkracht als bedoeld in lid 3. 5.. Indien de belanghebbende géén uitkering meer ontvangt, wordt de fictieve draagkracht vastgesteld op basis van de informatie die de belanghebbende dient te verstrekken op een door het college vastgesteld inlichtingenformulier. 6.. Indien de belanghebbende de inlichtingen die nodig zijn voor de vaststelling van de fictieve draagkracht niet of niet tijdig verstrekt, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de boete geen rekening gehouden met de fictieve draagkracht. 7.. Aanwezig vermogen wordt niet meegenomen bij het bepalen van de fictieve draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel