**1..** De boete kan niet hoger worden vastgesteld dan het benadelingsbedrag dat ten gevolge van de schending van de inlichtingenplicht is ontstaan. Er is geen sprake van een benadelingsbedrag indien:
met toepassing van artikel 58 lid 4 PW en artikel 28 IOAW en IOAZ inkomsten worden verrekend;
een voorschot wordt teruggevorderd bij een buiten behandeling stelling of bij een afwijzing van de aanvraag.
**2..** In de beoordeling van de hoogte van de boete worden de mate van verwijtbaarheid, bijzondere omstandigheden en dringende redenen betrokken.
**3..** De mate van verwijtbaarheid volgt de volgende vier categorieën:
Opzet. De boete bedraagt dan 100% van het benadelingsbedrag maar maximaal € 83.000,–;
Grove schuld. De boete bedraagt dan 75% van het benadelingsbedrag maar maximaal € 8.300,–;
Normale verwijtbaarheid. De boete bedraagt dan 50% van het benadelingsbedrag maar maximaal € 5.533,–;
Verminderde verwijtbaarheid. De boete bedraagt dan 25% van het benadelingsbedrag maar maximaal € 2.767,–.
**4..** Bij de bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete wordt de mate waarin de gedraging aan de belanghebbende kan worden verweten beoordeeld naar de omstandigheden waarin belanghebbende verkeerde op het moment dat hij de inlichtingenverplichting had moeten nakomen.