**1..** Met uitzondering van de situatie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Handhavingsverordening Waddinxveen 2013 (recidive) bedraagt de aflossing voor een Wwb-, Ioaw- of Ioaz-uitkeringsgerechtigde:
als sprake is van vorderingen die voortvloeien uit schending van de inlichtingenplicht: 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of uitkeringsnorm per maand;
in de overige omstandigheden: 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of uitkeringsnorm per maand.
**2..** De aflossing voor debiteur met een ander inkomen bedraagt:
als sprake is van vorderingen die voortvloeien uit schending van de inlichtingenplicht: 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of uitkeringsnorm als het andere inkomen niet meer bedraagt dan 110% van de norm per maand, vermeerderd met 50% als het andere inkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm of uitkeringsnorm;
in de overige omstandigheden: 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of uitkeringsnorm per maand als het andere inkomen niet meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke norm, vermeerderd met 50% als het andere inkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, inkomensnorm of uitkeringsnorm.
**3..** De aflossing vermeld in lid 1 sub b wordt in geval van beslaglegging door een derde verhoogd naar 10%.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 21.
Aflossingscapaciteit
Onderdeel van Debiteurenbeleid Waddinxveen 2013