Indien er uitstel van betaling is verleend (artikel 4:94 Awb), is de debiteur over de termijn van uitstel geen wettelijke rente verschuldigd, tenzij het niet kunnen voldoen aan de betalingsverplichting binnen de risicosfeer van de debiteur ligt (artikel 4:101 Awb).
Gedurende het uitstel zal er niet worden aangemaand of ingevorderd. De bevoegdheid tot verrekening (artikel 4:93 Awb) blijft echter bestaan. De termijn waarvoor het uitstel geldt, wordt vastgelegd in de beschikking tot uitstel van betaling. Aan deze beschikking zullen voorwaarden worden verbonden, zoals de plicht om mee te werken aan een betalingsregeling of een verplichting tot het stellen van zekerheid.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 37.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Debiteurenbeleid Waddinxveen 2013