Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als;
de vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 17 lid 1 Wwb of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van het college onvoldoende is.
onjuiste gegevens in het kader van het betalingsuitstel worden verstrekt.
de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de daartoe gestelde termijn zijn verstrekt.
de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld.
de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt om daarmee de verschuldigde vordering af te lossen.
de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden.
de betalingsregeling zich over een onaanvaardbare termijn uitstrekt.
de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling geen uitkomst zal bieden.
sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een vordering in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen een terugvorderings- of verhaalsbesluit, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de vordering kon worden betaald.
als de debiteur al eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen.
het in bezwaar betwiste bedrag minder dan € 50,00 bedraagt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 39.
Weigeren van uitstel van betaling
Onderdeel van Debiteurenbeleid Waddinxveen 2013