Hieronder wordt omschreven welke aspecten in het debiteuren(her)onderzoek in ieder geval onderzocht dienen te worden. In voorkomende gevallen kan, naar aanleiding van gewijzigde (financiële) omstandigheden van de debiteur, besloten worden tot een gewijzigde betalingen/of aflossingsverplichting. Tevens wordt aangegeven in welke gevallen volstaan kan worden, met een zogenaamde systeemcheck. Voorafgaand aan elk onderzoek dient een KvK, SUWI- en RDW-uitdraai (Inlichtingbureau) gemaakt te worden en indien noodzakelijk, bij de Belastingdienst een inkomens- (voor zelfstandigen) en rente-fibase opgevraagd te worden. Indien er sprake is van een onbekende verblijfplaats van de debiteur dient in elk geval een GBA-uitdraai gemaakt te worden. De navolgende handelingen dienen verricht te worden:
Controleren of de hoofdsom en het saldo van de vordering correct zijn vastgesteld en op een juiste wijze in het automatiseringssysteem en in het dossier zijn vastgelegd.
Controleren of er wettelijke rente berekend is of berekend dient te worden.
Onderzoek naar de wijze van aflossing vanaf het ontstaan van de vordering of vanaf het laatst uitgevoerde heronderzoek.
Vaststellen of de debiteur al of niet in verzuim is.
Onderzoek naar de financiële positie van de debiteur.
Onderzoek naar de mogelijkheid om de hoogte van de aflossing aan te passen aan de financiële positie van de debiteur.
Onderzoek naar de mogelijkheid om, indien de debiteur in gebreke is, beslag te leggen.
In geval van een debiteuren(her)onderzoek op een onderhoudsplichtige dient de mogelijkheid te worden onderzocht om de hoogte van de verhaalsbijdrage aan te passen aan de financiële omstandigheden van de debiteur. Tevens dient onderzocht te worden of vastgelegd is wanneer de betreffende verhaalstitel(s) vervallen.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 67.
Te onderzoeken debiteurengegevens
Onderdeel van Debiteurenbeleid Waddinxveen 2013