Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 19.

Ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden

Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domeingemeente Oude IJsselstreek 2019

Ondersteuning bij een gestructureerd huishouden kan betrekking hebben op: a. het aanbrengen van structuur door de inwoner, regie voeren over de dagelijkse bezigheden, zelfregelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van take; b. gebruik maken van het eigen probleemoplossend vermogen van de inwoner; c. het realiseren van een schoon en leefbaar huis; d. de noodzakelijke bereiding van maaltijden; e. het aanwezig zijn van gewassen, opgevouwen en gestreken kleding; f. de noodzakelijke verzorging van kinderen die tot de leefeenheid behoren. Algemeen afwegingskader bij het voeren van een gestructureerd huishouden Tot ondersteuning bij een gestructureerd huishouden hoort het aanbrengen van structuur, het regie voeren en plannen over het huishouden. Een belangrijk startpunt is om te bezien of de inwoner zelf de regie kan voeren of dit kan leren. Sommige mensen zijn lichamelijk in staat om de huishoudelijke werkzaamheden zelf uit te voeren, maar hebben sturing nodig bij de planning van de werkzaamheden. In bepaalde gevallen zal die sturing blijvend nodig zijn, in andere gevallen kan het plannen aangeleerd worden. Ondersteuning hierbij is mogelijk, als daartoe een noodzaak is. Maar daaraan voorafgaand beoordeelt de gemeente of gebruikelijke hulp (zie artikel 4 voor uitgebreide toelichting) een oplossing voor deze problemen kan bieden. Dat speelt alleen in situaties waarin iemand huisgenoten heeft. Voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen bij een gestructureerd huishouden Ook beoordeelt de gemeente of alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant, gebruik van hulpmiddelen voor het huishouden, gebruik maken van boodschappendiensten, was- en strijkservices en alle andere denkbare en beschikbare mogelijkheden, voor zover dat in de situatie van de inwoner in redelijkheid een passende bijdrage zou kunnen bieden bij het realiseren van een gestructureerd huishouden. De aanschaf van strijkvrije kleding gaat in principe voor op het indiceren van strijkvrije kleding. Ook kan gekeken worden naar de mogelijkheid of door gebruik van moderne huishoudelijke apparatuur een oplossing kan worden gevonden. Het gaat, afhankelijk van de situatie om voorliggende voorzieningen zoals (robot)stofzuigers, magnetron, wasmachines of -drogers, afwasmachines, strijkbout, strijkkruk, et cetera. Afgeleid recht voor de mantelzorger Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met het bereiken van het resultaat “een schoon huis”. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat. Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. De tweede situatie betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen huis. Ook dan kan (in tijdelijkheid) het afgeleide recht ingezet worden door extra ondersteuning op naam van de verzorgde in te zetten. Bepaling omvang van de ondersteuning Als er geen op de Wmo voorliggende oplossingen zijn, zal de gemeente een maatwerkvoorziening toekennen. Bij de vaststelling van wat er in het individuele geval noodzakelijk is wordt gebruik gemaakt van het MO-protocol (bijlage 1 bij de Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2019). Deze systematiek bestaat uit normen uitgedrukt in uren. Binnen deze normen zijn er mogelijkheden om in specifieke situaties maatwerk te leveren. Hulp bij het Huishouden 1 en 2 (HH1 en HH2) Bij het toekennen van hulp bij het huishouden (HH) voor ondersteuning bij het realiseren van een schoon en leefbaar huis, regievoering en andere resultaten is er een onderverdeling in HH1 en HH2. Deze onderverdeling is afkomstig uit het bestek voor de aanbesteding van hulp bij het huishouden en heeft betrekking op de aard en zwaarte van de benodigde hulp in een individueel geval. Huishoudelijke hulp 1 HH1 omvat op de woning gerichte huishoudelijke werkzaamheden als licht huishoudelijk werk en zwaar huishoudelijk werk. De inwoner is zelf in staat de regie over het huishouden te voeren dan wel beschikt over persoonlijke begeleiding die deze rol vervult. Dit kan aangevuld worden met werkzaamheden die zich meer richten op de persoonlijke verzorging en eigendommen, zoals huishoudelijke spullen in orde houden; signaleren van relevante veranderingen in de situatie van de inwoner. Met 'signaleren' wordt bedoeld dat eventuele veranderingen in de huishoudelijke situatie worden gesignaleerd en dat naar aanleiding hiervan vervolgstappen genomen worden. Deze activiteiten worden samengevat als ‘lichte huishoudelijke taken'. Huishoudelijke hulp 2 HH2 omvat naast de werkzaamheden uit HH1 ook de organisatie van het huishouden: de dagelijkse organisatie van het huishouden, advies, instructie en voorlichting. Deze activiteiten worden samengevat als ‘organisatie van het huishouden'. Signaleren van relevante veranderingen in de situatie van de inwoner. Met 'signaleren' wordt bedoeld dat eventuele veranderingen in de huishoudelijke situatie worden gesignaleerd en dat naar aanleiding hiervan vervolgstappen genomen worden. Deze indicatie volgt als de zorgvrager niet (volledig) de regie over zijn of haar huishouden kan voeren. De volgende, niet limitatieve, activiteiten behoren tot zowel HH1 als HH2: 1. lichte huishoudelijke taken; 2. zware huishoudelijke taken; 3. de was doen en strijken; 4. huishoudelijke spullen in orde houden; 5. boodschappen doen voor het dagelijks leven; 6. broodmaaltijd bereiden; 7. hoofdmaaltijd opwarmen. De volgende, niet limitatieve, activiteiten behoren enkel tot HH2: 1. dagelijkse organisatie van het huishouden; 2. opvang en verzorging van in huis wonende kinderen; 3. anderen helpen bij maaltijdverzorging; 4. instructie, advies en voorlichting gericht op het huishouden; 5. eenvoudige psychosociale begeleiding. Huishoudelijke hulp locatie verzorgingshuis Er is afgesproken dat de indicatie huishoudelijke hulp verstrekt vanuit de gemeente voor een inwoner woonachtig in een verzorgingshuis gelijk is aan de inzet vanuit de Wlz. Onderstaand is opgenomen wat dit betekent voor de verschillende locaties in onze gemeente: Standaard zwaar+licht huishoudelijk werk De Bettekamp 0.45 De Schuijlenburg 1.15 (extra kamer) Debbeshoek 1.00 Maria Magdalena Postel 0.45 De tijden zijn voor zwaar en licht werk. Ze zijn inclusief een grote beurt af en toe. In bijzondere situaties kan er sprake zijn van + 0.15. Maatwerk Het kan zijn dat iemand bijvoorbeeld omdat deze slecht ziet veel knoeit en dat het noodzakelijk is dat er een keer vaker schoongemaakt moet worden. In deze situaties van extra vervuiling kan eventueel maatwerk worden geleverd en meer tijd worden geïndiceerd. De noodzakelijke bereiding van maaltijden, etc. In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten nodig, o.a. om voldoende eten en drinken en andere essentiële zaken in huis te hebben. Het gaat concreet om levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn, en zo nodig om de bereiding van maaltijden, als er geen andere mogelijkheden zijn. De ondersteuning hierbij is beperkt tot het kunnen beschikken over levens- en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Hieronder vallen niet de grotere meer incidentele inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten. Afwegingskader noodzakelijke bereiding van maaltijden, etc. Allereerst wordt door de gemeente bezien of in noodzakelijke bereiding van maaltijden etc. kan worden voorzien door gebruik te maken van gebruikelijke hulp of voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheid om een warme maaltijd te nuttigen in een naastgelegen zorgcentrum. Vervolgens zal de gemeente beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn deze boodschappen te doen c.q. maaltijden te verzorgen. In meeste situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant- en klaar maaltijden te koop in de supermarkt die soms (tijdelijk) een oplossing kunnen bieden. Een boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie als een aanvaardbare oplossing beschouwd als deze beschikbaar is en er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn, zie bijvoorbeeld LJN BY3938. Aanwezig zijn van gewassen, opgevouwen en gestreken kleding De dagelijkse kleding (en overig huishoudtextiel) moet met enige regelmaat schoongemaakt worden. Dit betekent wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken van textiel. We spreken hier voor wat betreft kleding uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat er zo weinig mogelijk gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. De noodzakelijke verzorging van kinderen die tot de leefeenheid behoren. De zorg voor kinderen die tot de leefeenheid behoren is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de ouders: gebruikelijke hulp, hoewel zorgen voor kinderen uiteraard niet kan worden vergeleken met puur huishoudelijk werkzaamheden. Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Zij zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de taken voor de zorg voor kinderen over. Gebruikelijke hulp/zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon passend bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Structurele opvang valt in beginsel niet onder de Wmo 2015. Verzorging van de kinderen kan zo nodig wel onder de hulp bij het huishouden vallen. De verantwoordelijkheid van de gemeente is vooral om een tijdelijke oplossing in te zetten, zodat ruimte ontstaat om een al dan niet blijvende oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden ondervangen zodat er gezocht kan worden naar een eigen, al dan niet permanente oplossing. Afwegingskader noodzakelijke verzorging van kinderen die tot de leefeenheid behoren Allereerst wordt door de gemeente bezien of in noodzakelijke verzorging van kinderen kan worden voorzien door gebruik te maken van gebruikelijke hulp. Daarnaast beoordeelt de gemeente of in het onderzoek alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang, kinderopvang (mogelijk sociale indicatie Wet op de kinderopvang (SMI)), opvang door grootouders, andere familieleden, buren, oppas door vrijwilligerscentrale of oppascentrale, et cetera. Ook beoordeelt de gemeente de mogelijkheden van ouderschapsverlof.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel