Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 4.

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domeingemeente Oude IJsselstreek 2019

Onder gebruikelijke hulp wordt (zie artikel 1.1.1. van de Wmo 2015) verstaan: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Het gaat hierbij dus om huisgenoten, personen die met de inwoner één woning delen en daardoor bepaalde momenten gezamenlijk met de inwoner aanwezig zijn. De vraag is hoe vaak dat voorkomt en of het mogelijk is op die momenten de hulp die nodig is te krijgen van de aanwezige huisgenoot of huisgenoten. Hierbij houden we ook rekening met taken die de mogelijkheid hebben om uitgesteld te worden tot een moment waarop de huisgenoot wel aanwezig is (bijvoorbeeld wekelijkse boodschappen). Dit kan concreet worden geïnventariseerd. Wanneer er voldoende gebruikelijke hulp aanwezig is, hoeft de gemeente geen maatwerkvoorziening te verstrekken. Gebruikelijke begeleiding Gebruikelijke begeleiding valt in beginsel onder gebruikelijke hulp. Onder gebruikelijke begeleiding valt: • Het geven van ondersteuning op het terrein van de maatschappelijke participatie, zoals samen boodschappen doen, samen reizen of verplaatsen buitenhuis; • Het geven van ondersteuning binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals familiebezoek en huisarts; • Het bieden van hulp of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; • Het leren omgaan van derden (familie en vrienden) met de inwoner. Het gaat bij deze dagelijkse activiteiten niet om directe zorg aan het lichaam, zodat argumenten als schaamte die daarbij kunnen spelen in het algemeen geen rol spelen. Behalve wellicht bij zelfzorg, afhankelijk van de situatie. Er mag in principe van uitgegaan worden dat het gebruikelijk is dat huisgenoten en zeker echtgenoten elkaar helpen met de dagelijkse activiteiten. Met name als deze activiteiten kortdurende hulp vragen hoeft het geen probleem te zijn voor huisgenoten. Het kan niet zo zijn dat de huisgenoten daardoor volledig in hun eigen activiteiten worden belemmerd. Zo nodig zal beoordeeld moeten worden wat wel en wat niet in redelijkheid van huisgenoten gevraagd kan worden. Het is denkbaar dat huisgenoten weigeren of bepaalde vormen van gebruikelijke hulp niet willen leveren. Daarbij is relevant om welke reden zij weigeren deze hulp te bieden en zal hun motivering beoordeeld moeten worden. In deze situatie is het belangrijk om ook met de betrokken huisgenoot te spreken. Uitgangspunt blijft dat van huisgenoten verwacht mag worden dat zij hulp bieden bij dagelijkse activiteiten maar met goede redenen onderbouwd zou een uitzondering op de regel gemaakt kunnen worden. Hulp en ondersteuning bij kinderen Gebruikelijke hulp is een term uit de Wmo 2015 en wordt in deze beleidsregels gebruikt om de hulp en ondersteuning aan kinderen te duiden om zo te kunnen beoordelen of een maatwerkvoorziening ingezet kan worden. Dit is aan de orde wanneer hulp aan kinderen (zorg, verpleging en begeleiding) in vergelijking tot hulp aan kinderen van dezelfde leeftijdscategorie met een normaal ontwikkelingsprofiel substantieel groter is dan de gebruikelijke hulp en naar verwachting langer dan drie maanden nodig is. Voor het aanleren van verpleegkundige handelingen aan de ouder en/of mantelzorger kan een maatwerkvoorziening worden getroffen, mits daarbij sprake is van doelmatigheid. Als ouders gescheiden zijn, kan er een verdeling gemaakt worden als het gaat om het verblijf van de kinderen, maar er kan ook een verdeling van taken gemaakt worden (zoals het naar school brengen / ophalen van kinderen). Verder moet bedacht worden dat een echtscheiding de ouders niet ontslaat van de plicht om voor de kinderen te zorgen. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid, of het ontbreken daarvan, kan in beginsel niet worden afgewenteld op de Jeugdwet. Ook het aantal kinderen is een verantwoordelijkheid van de ouders. Het hebben van “veel” kinderen en de zorg daarvoor hoort bij de verantwoordelijkheid van de ouders. De gebruikelijke hulp van een ouder aan een kind/jeugdige is met name afhankelijk van de leeftijd van het kind. Kinderen van 0 tot 3 • hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen. Kinderen van 3 tot 5 • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; • ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; • hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 • kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan. Kinderen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen). Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook hulp omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomt. Deze hulp vervangt dan een soortgelijke reguliere hulp. Gebruikelijke hulp voor het functioneren van het huishouden Partners, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van het huishouden omdat zij als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen. De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden. Wanneer is er een gezamenlijke huishouding? Een belangrijk criterium om te bepalen of er sprake is van een gezamenlijke huishouding is dat de betrokkenen voor elkaar zorgdragen door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins (bijvoorbeeld het zorgcriterium). De aanwezigheid van een contract of van bewijsstukken dat huur of kostgeld wordt betaald, is onvoldoende bewijs om te bestrijden dat de betrokkenen een gezamenlijke huishouding voeren. Bij (onder)huurders en kostgangers is sprake van een zuiver zakelijke relatie. Daarvan is geen sprake als er een mate van financiële verstrengeling aanwezig is die verder reikt dan de betaling van de huur of het kostgeld en een wederzijdse verzorging die niet beperkt blijft tot het onderhoud van de gehuurde kamer of de levering van de overeengekomen diensten, zoals de maaltijden of de bewassing. Zoals dat ook het geval is in andere situaties waarin de betrokkenen beweren niet elkaars partners te zijn, kan de gemeente een onderzoek instellen naar de feitelijke omstandigheden van de betrokkenen. Als daaruit blijkt dat de betrokkenen in werkelijkheid een gezamenlijke huishouding voeren, moet worden geconcludeerd dat de overgelegde stukken een onjuiste weergave zijn van de feitelijke situatie en dat er sprake is van gebruikelijke hulp. Beoordeling omvang gebruikelijke hulp Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot conform het MO-protocol Huishoudelijke hulp, bijlage 1 bij de Verordening Sociaal Domein 2019: • Huisgenoten tot 5 jaar leveren geen bijdrage in het huishouden; • Huisgenoten van 5 tot 18 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij licht huishoudelijke taken ((bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien); • Huisgenoten van 18 tot 23 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Dit wil zeggen schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en één kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren. Er wordt wel onderzoek gedaan naar de belastbaarheid van het kind: mag gezien de leeftijd worden verwacht dat het kind deze taak doet of gaat doen waarbij rekening wordt gehouden met school, stage, hobby’s, een bijbaantje etc. Van huisgenoten van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat zij de huishoudelijke taken en het bijbehorende aantal uren dat gesteld is voor een eenpersoonshuishouden kunnen overnemen. Veel jongeren in deze leeftijdscategorie (denk aan studenten) wonen immers zelfstandig en moeten dan ook hun eigen huishouden doen. Gebruikelijke hulp en een baan Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten (MO-protocol: zeven etmalen) zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden of opwarmen van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Hiermee kan bij de indicatiestelling rekening worden gehouden. Voor hulp bij de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie is de indicatie van korte duur om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Dit betekent ook het zoeken naar een andere baan die past bij de nieuwe situatie. Tijdens de duur van de indicatie kan gesolliciteerd worden. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed hebben op het vermogen van andere leden uit de leefeenheid om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de medebewoner zonder (medische) beperkingen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Overbelasting De gemeente kan besluiten dat een huisgenoot of partner geen gebruikelijke hulp kan leveren als deze zodanige gezondheidsproblemen heeft dat redelijkerwijs geconcludeerd moet worden dat de betreffende taken niet door hem uitgevoerd kunnen worden. Er moet altijd onderzocht worden of een leefeenheid, gegeven de voor die leefeenheid geldende gebruikelijke hulp, door de (chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en overbelasting dreigt. Wanneer een partner of huisgenoot gezondheidsproblemen en beperkingen heeft of door de combinatie van een (volledige) baan of opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te raken, zullen de (medische) gegevens ter onderbouwing daarvan door de inwoner moeten worden aangeleverd. De gemeente moet zich daar dan een geobjectiveerd oordeel over vormen. Wanneer de dreigende overbelasting aanwezig is, maar wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een indicatie te stellen. De ondersteuning vanuit de gemeente zal veelal van tijdelijke aard zijn om te zorgen dat de leefeenheid andere oplossingen kan vinden en de overbelasting kan herstellen. In terminale of andere chronische situaties waarin huisgenoten zwaar belast worden met zorgtaken kunnen de normeringen betreffende gebruikelijke hulp soepeler worden gehanteerd, mits gemotiveerd. Leerbaarheid

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel