**1..** Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt er altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid van de inwoner. Mogelijk kan een inwoner geactiveerd worden om zelfstandig reizen aan te leren.
**2..** Aanvullende criteria voor vervoer:
Wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor collectief vervoer op grond van de Wmo. Voor vervoer tot 500 meter kan de inwoner zelf algemeen gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet.
Wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer ingezet tot en met 4 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel.
Wanneer het noodzakelijk is dat er een medisch begeleider mee reist met de maatwerkvoorziening, kan een inwoner niet alleen reizen. Dit zou voor onveilige situaties kunnen zorgen.
Wanneer de maatwerkvoorziening voor instellingenvervoer niet passend is, wordt er eerst ingezet op kleinschalig vervoer. Dit is een groep van maximaal 4 inwoners. Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet.
Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren.
Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente.
Het vervoeren van jeugdige inwoners naar school, dagbesteding, vrijetijdsactiviteiten, jeugdhulp, valt onder de gebruikelijke zorg van ouders.
Echter als een jeugdige inwoner op grond van de jeugdwet hulp ontvangt en in verband met een medische noodzaak of zijn gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig van en naar de locatie te komen waar de jeugdhulp wordt gegeven, kan deze in aanmerking komen voor vervoer vanuit de gemeente. Op voorwaarde dat er geen sprake is van gebruikelijk hulp en er geen verdere mogelijkheden zijn vanuit de eigen kracht, en/of andere voorliggende voorzieningen. Dit vervoer kan binnen of buiten de gemeentegrenzen zijn.
Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer de jeugdhulpondersteuning aan de jeugdige inwoner stagneert, als deze vervoersvoorziening niet wordt ingezet.
Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer het (bovengebruikelijke) vervoer door ouders aantoonbaar leidt tot overbelasting van ouders en er geen andere voorliggende mogelijkheden/ voorzieningen zijn.
Vormen van vervoer in het kader van de jeugdwet zijn:
Aangepast vervoer.
Kilometervergoeding aan ouders.
Ov-vergoeding met begeleiding.
De frequentie van de jeugdhulp is niet bepalend voor het toekennen van een vervoersvoorziening.