Om aanspraak te kunnen maken op Beschut Wonen met verblijf voldoet de cliënt aan één of meerdere van onderstaande criteria:
De cliënt is niet in staat om zijn of haar financiën te beheren en kan zodoende de kosten van ‘wonen’, ‘verblijf’ en/of ‘voeding’ niet zelfstandig dragen. Ook kan de cliënt daardoor niet de maandelijkse betaalverplichtingen na komen, in het bijzonder het maandelijks betalen van de huur van de wooneenheid. Het niet kunnen voldoen aan deze verplichtingen heeft invloed op de ondersteuning aan de cliënt op andere levensgebieden.
De cliënt beschikt niet over de vaardigheden die horen bij het uitvoeren van taken omtrent ‘verblijf’ en ‘voeding’. Denk hierbij met name aan vaardigheden met betrekking tot voldoende verzorging van de woning en buitenruimte, het dagelijks zelfstandig regelen en voorzien in gebruikelijke voeding.
De cliënt beschikt niet over de vaardigheden die horen bij ‘wonen’ , in het bijzonder het huren van een woning. Denk daarbij aan het vertonen van acceptabel woongedrag, zoals rekening houden met de overige bewoners/buren, de veiligheid niet in gevaar brengen en aanspreekbaarheid voor buren, verhuurder en zorgaanbieder.
Indien de cliënt wel beschikt over de criteria zoals beschreven onder 3.2.4 a., punt i., ii. en iii. kan de cliënt aanspraak maken op Beschut Wonen zonder verblijf.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2.4.
Aanspraak op Beschut Wonen met verblijf
Onderdeel van Beleidsregels toegang beschermd wonen, beschut wonen en maatschappelijke opvang