Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8.

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhal Asten 2019

1. De burgemeester trekt de exploitatievergunning in indien: niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens deze verordening zijn bepaald; de ondernemer of de beheerder, tenzij deze laatste uit zijn dienstbetrekking met onmiddellijke ingang door de ondernemer wordt ontslagen, in enig opzicht van slecht levensgedrag getuigt, onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende zaken; ten aanzien van de ondernemer als natuurlijk persoon of de rechtspersoon faillissement is aangevraagd of een procedure van vereffening of surseance van betaling of akkoord aanhangig is gemaakt. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het bestemmingsplan waarbij het voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven. de gegronde vrees bestaat dat het van kracht blijven van de exploitatievergunning een gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid in of in de nabijheid van de speelautomatenhal. ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede wordt gebruikt om: 1. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benuttigen, of 2. in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. op verzoek van de exploitant. 2. De burgemeester kan de vergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien voor de exploitatie van een speelautomatenhalen tevens een andere vergunning is vereist en deze vergunning is ingetrokken. Indien de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; Voor het wijzigen en intrekken van de ten behoeve van de speelautomatenhal verleende omgevingsvergunning is paragraaf 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel