Binnen de regio West-Brabant hebben de gemeentes Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Steenbergen, Tholen en Woensdrecht en drie koepelorganisaties uit de uitzendbranche, zijnde de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) en de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) een convenant gesloten. Het betreft het “Convenant Huisvesting uitzendmigranten West-Brabant”. Middels de ondertekening hebben de partijen aangeven zich in te spannen om de huisvesting van arbeidsmigranten goed te regelen. Hierbij dient met name te worden gedacht aan veilige, hygiënische en legale huisvesting. Het convenant voorziet niet in huisvestingsbeleid in de zin van ruimtelijke ordening.
De brancheorganisaties zetten zich actief in voor een bonafide werkwijze aangaande huisvesting. Zij brengen door middel van bindende (CAO-) afspraken en/of certificaten waarborgen aan voor goede woonomstandigheden van uitzendmigranten. De waarborgenvinden hun weerslag in de ABU CAO voor Uitzendkrachten of de NBBU CAO voor Uitzendkrachten, dan wel in het SKIA-keurmerk, welke wordt gebruikt door de VIA, of een andersoortig gelijkwaardig keurmerk.
De leden van de brancheorganisaties dienen voorafgaande aan de huisvesting de verblijfadressen van de uitzendmigranten, waarvan zij de huisvesting verzorgen, bekend te maken aan de contactpersoon van de gemeenten waar die verblijfsadressen zijn gelokaliseerd. De verblijfsadressen en het maximaal mogelijke aantal gehuisveste uitzendmigranten per verblijfsadres moet worden gemeld. Wijzigingen worden door de leden van brancheorganisaties doorgegeven aan de gemeenten wanneer:
het maximaal mogelijke aantal gehuisveste uitzendmigranten per verblijfsadres wijzigt;
desbetreffend lid niet langer uitzendmigranten huisvest op het aangegeven verblijfsadres.
Tevens dragen de leden van de brancheorganisaties er zorg voor dat er adequaat toezicht plaatsvindt op de huisvesting. Daarvoor wordt een persoon aangewezen die:
a. toeziet op de hygiëne in het pand en bijbehorend erf of terrein;
b. toeziet op de (brand)veiligheid in het pand en bijbehorend erf of terrein;
c. een klachtenprocedure beheert, welke gebruikt kan worden door omwonenden, indiengevaar of overlast wordt veroorzaakt door de bewoners;
d. permanent bereikbaar is (24 uur per dag, 7 dagen per week) voor bewoners enomwonenden;
e. opgestelde huisvestingsreglementen van de uitzendorganisatie verstrekt in het Nederlandsen de landstaal van de bewoners.
Ook voeren de leden van de brancheorganisaties een deugdelijke en inzichtelijke administratie, waaruit de bovenstaande gegevens naar voren komen.
De gemeentes hebben eveneens een aantal verplichtingen op zich genomen. Het betreft de volgende elementen:
gemeenten faciliteren ten aanzien van huisvestingszaken in beginsel alleen uitzendondernemingen die in het bezit zijn van de NEN 4400-1, of indien van toepassing de NEN 4400-2;
per gemeente wordt één concreet aanspreekpunt voorde leden aangewezen ter zake van de huisvesting / het verblijf van de uitzendmigranten. Bij overtredingen kan dit aanspreekpunt ook benaderd worden om in overleg met de gemeente te treden;
de gemeenten geven periodiek en indien daartoe gevraagd informatie en voorlichting over het gemeentelijk huisvestingsbeleid;
gemeenten hanteren duidelijke en vastgelegde huisvestingsregels. Deze regels worden tijdig en volledig kenbaar gemaakt aan alle partijen;
bij invoering van dit convenant zullen de gemeenten middels een bijeenkomst alle partijen informeren en voorlichten over het gemeentelijk huisvestingsbeleid;
gemeenten streven ernaar, indien en voor zover mogelijk, het beleid huisvesting van uitzendmigranten te harmoniseren.
Als op termijn uit ervaringen en risicoanalyses blijkt dat leden van brancheorganisaties een significant beter risicoprofiel hebben aangaande het verzorgen van bonafide huisvesting dan niet-leden van brancheorganisaties, dan zullen gemeenten hun toezichthoudende capaciteit en inzet zoveel mogelijk richten op niet-leden van brancheorganisaties. Het voorgaande kan enkel worden vastgesteld na een evaluatiemoment.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Regionaal beleid in de vorm van het Convenant Huisvesting uitzendmigranten West-Brabant
Onderdeel van Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Woensdrecht