Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester kan het gebouw voor een bepaalde duur en/of gedeeltelijk sluiten. 2.. Als er geen sprake is van een spoedeisend belang, wordt eerst een voornemen van de sluiting kenbaar gemaakt aan de belanghebbende(n). 3.. Bij een categorie 1 incident, als bedoeld in artikel 4, kan de burgemeester het gebouw eerst bij bevel van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet, sluiten voor de duur van maximaal twee weken, afhankelijk van de zwaarte van het incident of activiteit. Deze voorlopige sluiting dient om de openbare orde en veiligheid in en rond het gebouw te laten herstellen. Deze periode is ook bedoeld om meer informatie te krijgen over de toedracht van het incident dat de openbare orde heeft verstoord. Gedurende deze sluitingstijd wordt onderzocht of langere sluiting legitiem is. Dit hangt onder meer af van de mate van gevaar en het risico van herhaling van het incident. 4.. Maatregelen die bij overtredingen in de categorie 1 worden opgelegd zijn, in volgorde van zwaarte van de maatregel, in beginsel: bij de 1e overtreding wordt het gebouw gesloten voor 3 maanden; bij de 2e overtreding binnen twee jaar na het constateren van de 1e overtreding wordt het gebouw gesloten voor zes maanden; bij de 3e overtreding binnen twee jaar na het constateren van de 1e overtreding wordt het gebouw gesloten voor de periode van 12 maanden. 5.. Maatregelen die bij overtredingen in de categorie 2 worden opgelegd zijn, in volgorde van zwaarte van de maatregel: bij de 1e overtreding wordt met belanghebbenden een gesprek gevoerd en een waarschuwing gegeven; bij de 2e overtreding binnen twee jaar na het constateren van de 1e overtreding wordt het gebouw gesloten voor 1 maand. Als tussenstap kan overwogen worden de sluitingstijden van het gebouw te bekorten; bij de 3e overtreding binnen twee jaar na het constateren van de 1e overtreding wordt het gebouw gesloten voor 3 maanden. 6.. Op basis van de ernst van de situatie kan de burgemeester in afwijking van het vijfde lid eerst een waarschuwing geven, de sluitingstermijn verkorten of verlengen. Wanneer de burgemeester hiervoor kiest zal hij dit in zijn besluit motiveren. 7.. De duur en aard van de criminele activiteiten, de verwijtbaarheid van de rechthebbende van het gebouw en de impact ervan op de directe omgeving kunnen als verzwarende omstandigheden worden aangemerkt door de burgemeester. Er is bijvoorbeeld sprake van verwijtbaar handelen door de rechthebbende als de rechthebbende de activiteiten tolereert, faciliteert of eraan deelneemt. 8.. Verzwarende omstandigheden kunnen ertoe leiden dat de burgemeester een zwaardere maatregel oplegt dan de maatregelen als bedoeld in het vierde en vijfde lid. Dit kan betekenen dat de burgemeester niet overgaat tot een voorlopige sluiting als bedoeld in het derde lid, maar dat hij meteen een maatregel als bedoeld in het vierde lid oplegt of dat hij een stap als bedoeld in het vijfde lid, onder a of b overslaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel