Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 21

Handhaving orde; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissies 2019

1. . Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter van de raadscommissie het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; een raadscommissielid hem interrumpeert. De voorzitter van de raadscommissie kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. . Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter van de raadscommissie tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter van de raadscommissie hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. . De voorzitter van de raadscommissie kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4. . De voorzitter van de raadscommissie kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5. . Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadscommissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter van de raadscommissie hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadscommissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de raadscommissievergaderingen worden ontzegd.

Rechtspraak bij dit artikel