**1..** Na het vaststellen van de agenda kunnen burgers in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn.
**2..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit 1 dag voor 12:00 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier dan wel diens vervanger onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
**3..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**4..** De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend en voorafgaande aan de eerste termijn. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**5..** Voor het einde van de 1e termijn stelt de commissievoorzitter de burger nogmaals in staat het woord te voeren
**6..** De commissie kan op verzoek van de commissievoorzitter dan wel een commissielid besluiten de burger in staat te stellen mee te praten over het voorstel.
**7..** De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen
Onderdeel van Verordening op de raadscommissie Westerwolde 2019