Burgemeester en wethouders kunnen een gebied aanwijzen waar de bindingsregel van toepassing is.
Bij de bindingsregel zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Voorrang voor lokaal woningzoekenden.
Met toepassing van de overige voorrangsregels is de volgorde van woningzoekende als volgt:
1e. lokaal woningzoekende met urgentie
2e. lokaal woningzoekende
3e. niet – lokaal woningzoekende met urgentie
4e. niet – lokaal woningzoekende
De criteria eerste afgiftedatum bij urgenten en langste inschrijfduur bij de overige woningzoekenden, zijn bepalend voor de onderlinge volgorde.
In afwijking van lid 2 b kunnen burgemeester en wethouder bij de volgorde in lid 2 b na de 1e groep woningzoekenden in de rangordebepaling, voorrang verlenen aan de niet lokaal woningzoekende met een indicatie als het een woningtype betreft met zorgvoorzieningen of voor minder validen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.5