Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 kunnen door burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere:
de geldigheidsduur van de vergunning;
de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden;
de leefbaarheid;
goed verhuurderschap;
het voorkomen van overlast, en
de omgevingsvergunning.
De vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 wordt op naam gesteld.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5