Naar hoofdinhoud
1.. Er zijn diverse hulpmiddelen die de inwoner behulpzaam kunnen zijn bij het zich verplaatsen in of om de woning. Deze zijn in de reguliere handel verkrijgbaar en zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen. 2.. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen zijn: Aankoppelfietsen voor kinderen. Airco-units. Antisliptegels en/of antislipcoating. Auto aanpassingen (automatische transmissie, stuur- en rembekrachtiging, verstelbare voorstoelen/buitenspiegels, elektrische raambediening, neerklapbare achterbank, derde/vijfde deur, interval op ruitenwissers, airconditioning, trekhaak- en aanhanger). Automatische deuropeners voor garages. Bad. Bed (ook waterbed). Bromfiets, bromscooters en brommobielen. Centrale verwarming, verwarming units (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Dakkapellen. Douche; ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Douchekop en glijstang, douchescherm. Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Eengreeps-mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Extra bel (aanschaf en plaatsen). Fiets (ook: ligfiets, bakfiets, tandem). Fiets met trap-/elektrische ondersteuning. Kookplaten (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Kantelbare spiegels. Keukenapparatuur (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Korfladen in de keuken (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Kosten voor halen rijbewijs en APK. Kosten leges bij aanvraag gehandicaptenparkeerkaart en/of plaats. Luchtbevochtigers en ontvochtigers. Losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers). Oplaadkosten van een scootermobiel. Sta-op stoel. Thermostatische mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Trapleuningen, extra (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). Toilet (tweede toilet, hangtoilet). 3.. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, onderzoekt de gemeente altijd of de voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de inwoner/aanvrager. Uit de jurisprudentie volgt dat daarbij de volgende criteria een rol spelen: Is de voorziening gewoon verkrijgbaar? Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht? Is de voorziening specifiek voor gehandicapten ontworpen? Zou een gezond persoon, ook gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, over de voorziening beschikken? 4.. Hulpmiddelen voor revalidatie en kortdurend gebruik vallen tot 6 maanden onder de Zorgverzekeringswet. Daarnaast mag van een inwoner verwacht worden dat een gewenst hulpmiddel uitgeprobeerd wordt bij de uitleenwinkel, wanneer dit mogelijk is. 5.. Wanneer een hulpmiddel langdurig nodig is, en/of de algemeen gebruikelijke voorzieningen leiden tot onvoldoende resultaat, wordt onderzocht of de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is en zo ja, welke. 6.. Een rolstoel wordt verstrekt indien er een langdurige noodzaak is voor zittend verplaatsen. Bij de vaststelling van de specificaties van een hulpmiddel wordt binnen de mogelijkheden van de goedkoopst adequate oplossing rekening gehouden met de behoeften van de inwoner en betrokkenen. Waar nodig wordt er gebruikgemaakt van het advies van een ergotherapeut. 7.. Bij een scootmobiel is het van belang dat een scootmobiel opgeladen en veilig en droog gestald kan worden. Bij de stalling wordt er gekeken naar de brandveiligheid (bijv. vrijhouden van vluchtwegen). Mogelijk is er toestemming nodig van de woningeigenaar om de scootmobiel te mogen stallen.

Rechtspraak bij dit artikel