Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt ten laste van de gemeente een dienstauto voor gemeenschappelijk gebruik ter beschikking bedoeld in artikel 3.2.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. 2.. Een ter beschikking gestelde auto voor gemeenschappelijk gebruik wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden. 3.. Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt. 4.. Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en artikel 3.2.9, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 5.. Voor woon-werkverkeer en reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan de burgemeester of wethouder bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto de kosten voor parkeer-, veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed, mits deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed. 6.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel