Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2019

1. Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de vigerende Parkeerverordening Purmerend 2019. 2. In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder: aanbieder: een bedrijf dat motorvoertuigen voor autodeelgebruik ter beschikking stelt; aanvrager: de natuurlijke of rechtspersoon die de parkeervergunning aanvraagt; bedrijf: een onderneming die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; bedrijfsvergunning: parkeervergunning voor degene die een beroep of bedrijf uitoefent in dat gebied; bewonersvergunning: parkeervergunning voor de bewoner in dat gebied; elektrisch oplaadpunt: parkeervakken die door middel van het bord E04 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en onderbord zoals bedoeld in artikel 8 van het BABW, met de aanduiding "uitsluitend opladen van elektrische motorvoertuigen" aangewezen zijn als parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische motorvoertuigen; gebied: een aaneengesloten stelsel van straten en/of straatdelen met een parkeerregime waar dezelfde voorwaarden van toepassing zijn; elektrische voertuigen: alle voertuigen die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden, niet zijnde fietsen en snor/bromfietsen; oplaadpaal: een oplaadobject in de vorm van een paal met ten minste één aansluiting en de mogelijkheid voor twee of meer aansluitingen voor het gelijktijdig opladen van elektrische voertuigen; mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een woning waarvan met een notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel