De in artikel 1 genoemde ambtenaren zijn gemachtigd tot:
het houden van een geautomatiseerde basisregistratie adressen en gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, conform hetgeen daarover in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en de Regeling basisregistratie adressen en gebouwen is bepaald;
het ingevolge artikel 13 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen zorgdragen dat brondocumenten waaraan een in de basisregistratie opgenomen gegeven is ontleend, blijvend bewaard worden;
het, ingevolge artikel 14 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, zorg dragen voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de basisregistratie adressen en gebouwen;
het onderhouden dan wel doen onderhouden van het berichtenverkeer met de Landelijke Voorziening basisregistratie adressen en gebouwen zoals bedoeld in artikel 31 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
het op verzoek aan eenieder verlenen van inzage in de basisregistratie adressen en gebouwen, alsmede het aan eenieder verstrekken van de in de basisregistratie opgenomen gegevens, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen zoals bedoeld in artikel 37 en verzoeken zoals bedoeld in artikel 38 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, inclusief de verwerking daarvan zoals bedoeld in de artikelen 31, 39, 40 en 41 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
het ingevolge artikel 42 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen één maal per jaar controleren van de inrichting en de werking van de basisregistratie alsmede de verwerking van gegevens in de basisregistratie, en het zenden van een afschrift van de controleresultaten aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.