Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Taken

Onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit

1.. De bedrijfsvoeringorganisatie heeft ter verwezenlijking van de belangen genoemd in artikel 3 de volgende taken: a.. het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het doelgroepenvervoer; b.. het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het aanvullend openbaar vervoer in Gelderland onder de voorwaarde dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 7. 2.. De bedrijfsvoeringorganisatie voert de taak bedoeld in het eerste lid, onder a, of onderdelen daarvan eerst uit nadat daartoe per doelgroep met de betrokken deelnemer een dienstverleningsovereenkomst is aangegaan, waarin onder meer afspraken over de uit de taak of onderdelen daarvan voortvloeiende werkzaamheden worden neergelegd. 3.. Een deelnemer kan het bestuur schriftelijk meedelen het voornemen te hebben de taak bedoeld in het eerste lid onder a, of onderdelen daarvan, niet langer door de bedrijfsvoeringsorganisatie te laten uitvoeren. Er wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. De betrokken deelnemer vermeldt in zijn voornemen de exacte datum. 4.. De deelnemer die zijn voornemen aan het bestuur heeft meegedeeld, geeft opdracht tot het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van het niet langer uitvoeren van de taak bedoeld in het eerste lid, onder a, of onderdelen daarvan. De formulering van de onderzoeksopdracht en de keuze van de onderzoeker komen tot stand in een op overeenstemming gericht overleg met het bestuur. De kosten van het uitvoeren van het onderzoek komen voor rekening van de betrokken deelnemer. 5.. Het bestuur neemt binnen acht weken na ontvangst van de uitkomsten van het onderzoek een besluit over het afhandelen van de financiële, personele en overige gevolgen van het voornemen van de betrokken deelnemer voor de bedrijfsvoeringsorganisatie met dien verstande dat a.. de betrokken deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van het niet langer laten uitvoeren van de taak bedoeld in het eerste lid, onder a, of onderdelen daarvan, en b.. de overige deelnemers hiervan geen financieel nadeel mogen ondervinden. 6.. De betrokken deelnemer die zijn voornemen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie heeft meegedeeld, neemt binnen acht weken na het besluit van het bestuur een definitief besluit. 7.. De deelnemer die besloten heeft dat de bedrijfsvoeringsorganisatie de taak bedoeld in het eerste lid, onder a, of onderdelen daarvan niet langer uitvoert, voldoet binnen drie maanden na het nemen van het definitieve besluit aan de bedrijfsvoeringsorganisatie de in het besluit van het bestuur omschreven financiële verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel